Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn ambtenaren in de maatschappij zullen houden. Maar met onpartijdigheid is de strijdende arbeidersbeweging niet te helpen. Zij heeft haar vertegenwoordigers, als de vrucht van langdurige inspanning en moeitevolle worsteling, met een invloed bekleed, welke zij nu ook vorderen mag dat ten bate van het socialisme zal worden uitgeoefend. Niet alleen als staatsburgers,... maar ook als regeerders hebben onze mannen, willen zij de arbeiders niet teleurstellen en de beweging geen schade toebrengen, de hun gegeven macht als een wapen in den klassestrijd te gebruiken. Hierover bestond zoover wij weten in onze Partij geen Verschil van gevoelen, en wij herhalen dat het leerstuk van de onpartijdige overheid met deze beschouwing onvereenigbaar is" 1).

In deze uiteenzetting treft ons tweeërlei; ten eerste de erkentenis, dat voor de burgerlijke autoriteiten onpartijdigheid als levensregel geldt en dus de Staat geen klassestaat is en in de tweede plaats de verzekering, dat de klassenstrijdvoerders de partijdigheid als richtsnoer behooren te nemen en den Staat tot een klasseinstituut moeten verlagen.

Door dit laatste te doen, treedt men echter de eerste beginselen van het recht met de voeten. Doch daarbij blijft het niet. Niet alleen het "recht, maar evenzeer de moraal wordt door de theorie van den klassenstrijd in het gedrang gebracht. Weliswaar beschuldigen hare aanhangers, met eene unverfrorenheit, die weinig benijdenswaard is, de bourgeoisie van het huldigen eener klassemoraal, doch zij zijn niet in staat gebleken de juistheid dezer aanklacht te staven. Zelf daarentegen veroorloven zij zich eene zoodanige zedeleer aan te hangen.

In Het Volk van 22 Februari 1906 schreef Dr. PANNEKOEK: „Elk middel, dat dienstig is voor ons groote doel, wordt door dit doel geheiligd, en er zou voor ons geen enkele reden zijn, om van geweld of onwettige middelen afkeerig te zijn, als dit voor het bereiken van ons doel doelmatig was". Mevr. ROLAND HOLST uitte zich in denzelfden zin, toen zij naar aanleiding van eene staking, die het leven van zieken en zwakken in gevaar bracht, in het weekblad van Het Volk van 30 Juli 1909, onder het opschrift: „Burgerlijk gehuichel en proletarische moraal", het volgende ten beste gaf: „Op de vraag der bourgeoisie: „zijn zieken en stervenden, vrouwen en kinderen,' ouden en zwakken u niet

!) Zie N. R. Ct. 18 Februari 1914, Avondblad A.

Sluiten