Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cratie. Wanneer de bezitters ijveren voor verbetering van het onderwijs, vooral van het vakonderwijs, wanneer zij huishoud- en industriescholen oprichten, geschiedt dit in het belang van de patroons en om de kapitalistische klasse aan goed opgeleide dienstboden te helpen.

Door zulke beschouwingen dag aan dag te herhalen wordt de sfeer, waarin vele arbeiders leven, bedorven en de bron, waaruit zij putten voor de ontwikkeling van hun geest, vergiftigd. Er groeit een haat in hen, tegen de „bezitters". En daartegen helpt niet, dat in een minder onvriendelijk oogenblik de leiders en voorlichters wel zoo goed zijn, de gedragingen der bourgeoisie aan „onbewuste" klasse-overwegingen toe te schrijven. Want de groote massa der volgelingen let niet op het gebezigde bijvoegelijk naamwoord, maar op de beschuldiging, die in de geheele uiteenzetting ligt opgesloten. Waarbij dan nog terloops kan worden vermeld, dat hij, die spreekt van „onbewuste" klasse-overwegingen het reeds zoo ernstig gehavende leerstuk van den klassenstrijd de laatste veer uittrekt, want voor het voeren van dien strijd geldt juist als eerste voorwaarde: bewustheid.

Hierboven schreven we reeds, dat het voor een Christelijken arbeider onmogelijk is den sociaal-democratischen klassenstrijd te voeren. Thans komen we op dit punt nog even terug, omdat het voor den tegenwoordigen tijd eene bijzondere beteekenis heeft verkregen. Meer dan ooit bestaat er aanleiding om in het licht te stellen, dat ook al schijnt voor velen macht boven recht te gaan, het recht niettemin het hoogst is en behoort te primeeren. De klassenstrijd-theorie botst tegen dien absoluten eisch. In 1869 schreef Liebknecht: „Het socialisme toch is een machtsvraag, die niet in het parlement, maar slechts op de straat, op het slagveld is op te lossen, als iedere machtsvraag". De waarheid hiervan kan niet ontkend worden, maar daarmede is tevens de veroordeeling gegeven. De strijd voor verbetering onzer maatschappelijke verhoudingen, voor verheffing van het levenspeil der arbeiders is van Christelijk standpunt een rechtsstrijd. De theorie van den klassenstrijd maakt evenwel de rechtsvraag tot een vraagstuk van lager orde, tot eene machtsvraag, zij stelt het materiëele boven het geestelijke.

Het schijnt evenwel af en toe, of de ernst van den toestand, door den wereldoorlog in het leven geroepen, in de sociaal

Sluiten