Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan, en aan het einde van de stelen ziet men eenige lichtgele halfgevormde blaadjes. Dit is een onnatuurlijke vorm van de selderie en men verkrijgt ze, door de jonge plantjes, zoodra zij boven den grond uitsteken, steeds met aarde te bedekken — men heeft dan'heel lange witte stengels en geen of bijna geen bladerenAls wij na het eten boven komen, is de avond reeds gevallen. Achter ons schittert het licht van den vuurtoren en een nauw merkbare donkere lijn wijst het land aan. Vóór ons de zee en hier en daar de lichten van kleine vaartuigen. De meeste passagiers wandelen, of beter gezegd, loopen met koortsachtige haast het dek op en neer.

Ik heb mij zelf dikwijls afgevraagd, hoe het toch komt dat dezelfde lieden, die thuis geen honderd meter loopen als zij een tram kunnen hemen, aan boord van een schip uren lang op en neêr loopen. Is het misschien, omdat de ruimte zoo beperkt is, (met wilde beesten in kooien merkt men het ook op), of is het een voorgevoel van het zoo gevreesde „mal de mer," dat hen noodzaakt deze lichaamsbeweging te nemen?

Döch van avond behoeft men geen zeeziekte te vreezen. De zee is zoo kalm als een meertje en wij voelen ternauwernood de deining.

Wij beschouwen de reis naar Engeland als een zeereis, maar de Yankee spreekt minachtend over het Kanaal, hij noemt het de „sloot" (ditch) en in Amerika vertelde een inboorling (Yankee) mij, dat sommige

Sluiten