Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Water, noem je dat?" buldert de officier, terwijl bij aan het spongat ruikt. „Jou zwarte smeerlap! Net als of ik de lucht van jenever niet ken."

, Geen jenever, massa, alleen water", herhaalde de neger met sidderende stem.

„Houd maar op met die praatjes. Pak dat vat weer op en dan mee naar het kantoor. En u, kapitein, zult wel zoo goed zijn ons te vergezellen, want ik begrijp wel dat hij onder uw orders gehandeld heeft."

Op weg naar het kantoor was de officier in een vroolijke stemming en rekende mij uit, hoeveel boete ik minstens zou moeten betalen. Ik echter bewaarde een trotsch stilzwijgen.

Op het bureau aangekomen, doet hij aan zijn superieuren een verslag hoe het geval zich heeft voorgedragen , en hoe hij den neger gesnapt heeft, terwijl deze met het vaatje jenever weg wil sluipen.

„Hebt gij hierop iets aan te merken?" vraagt men mij. „Neen," zeg ik, „maar de neger beweert dat het een vaatje water is."

Men haalt glimlachend de schouders op en nadat men het vat geopend heeft, vult mijn vijand een glas met het vocht en laat het in zijn mond vloeien.

„Ah bah!" roept hij, terwijl hij het met een gebaar van afschuw weder uitspuwt — „het is zeewater!"

„Ja, massa, water, zeewater", grinnikt de neger.

Algemeen gelach, behalve van den slimmen douanebeambte, die zich zoo nietig gevoelde dat hij wel door het spongat in het vat had kunnen kruipen.

Sluiten