Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

monters," karren met hunne kleine ponies — een voortdurend rollende stroom, en tusschen dat alles door sluipt behendig de vlugge hansom.

„Maar," zult gij zeggen,

„het is onmogelijk zonder levensgevaar de straat over te steken, en voor oude dames en kinderen is die overzijde even moeielijk te bereiken als Timboektoe voor ons. Denkt gij dat? Welnu, kom mede met mij tot aan dat kruispunt. Ziet gij daar dien grooten breedgeschouderden man in een donkerblauwe uniform — dat is een politie| agent.

Midden tusschen al die rijtuigen staat hij als een paal en bekommert zich niet om de wielen die hem op een paar duim afstands voorbij snorren. Die politie-

ao-ent schijnt hier een man van beteekenis te zijn en wat te zeggen te hebben — merkt gij niet op hoe iedere koetsier hem in het oog houdt?

Daar heft" hij de hand omhoog en het heeft een wonderbare uitwerking. Als " vastgenageld aan den grond blijven de paarden staan en zoo ver het oog .maar reikt, is er een plotselinge stilstand in die rol-

Dogcarts met hunne twee hooge wielen.

Sluiten