Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neem, bijvoorbeeld, een opstootje op den T)am met wat er bij boort: een paar charges met stok en sabel, mishandelde agenten, gewonde burgers en wat gebroken spiegelruiten. De kern van het opstootje zijn kwajongens, misschien een paar dozijn, en de paar duizend andere menschen zijn nieuwsgierige toekijkers.

De toekijkers doen natuurlijk niets, zij wachten slechts om te zien wat er zal gebeuren. Zij hopen, van een ■ veilig standpunt een kloppartij te kunnen bijwonen. Het is een kostelooze voorstelling en daar zijn de Amsterdammers op verzot.

Kwajongens, onder het publiek verscholen, beginnen de agenten met steenen en vuil te werpen. Een paar agenten bekomen bloedende wonden en een charge wordt gecommandeerd. Het publiek stuift weg in alle richtingen, het loopt nog harder dan de GhiUeezen het deden, en diegenen die niet hard genoeg loopen, of misschien een verslaggever die zich veilig waant, krijgen een paar gevoelige tikken of een sabelhouw.

Dan moppert het publiek en maakt het de agenten uit voor moordenaars, maar de schuld ligt werkelijk aan zijn kant; laat het publiek de kwajongens die uit zijn midden met steenen gooien, oogenblikkelijk grijpen en aan de politie ovérleveren. Geef die rekels geen gevangenisstraf, maar een goed pak slaag met een mooi dun rietje, en de opstootjes zouden weldra tot het verledene behooren.

Hoogstens een dozijn kwajongens zijn het, die een kloppartij veroorzaken, maar die belhamels kan de

Sluiten