Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga jij maar eten," geeuwt de Ier, „maar bluf nu maar niet te erg, anders zou bet je nog tegen kunnen loopen —"

Slechts zeer weinige passagiers verschijnen aan da ontbijttafel. Nwt ééne dame en slechts hier en daar een heer. Daar men natuurlijk zijn vaste plaatsen heeft, zijn wij erg verspreid. Tegenover mij zit iemand, maar aan weerszijden staan slechts lange rijen leege stoelen.

Het doet mij pleizier dat er zoo weinig passagiers zijn en ik voel me bepaald trotsch op mezelf dat ik aan 't ontbijt verschenen ben. Nu zal ik ereis een stevig maal gebruiken, zooveel eten als ik maar kan, om die luidjes te laten zien wat een goed zeeman ik ben.

„Wbat '11 you take sir? Ham and eggs, chops, steaks, fish, porridge ?"

„Geef mij maar ham en eieren, steward, én koffie."

Ham en eieren, dat is een stevige kost. Gewoonlijk vind ik het voor 't ontbijt wel wat al te stevig, maar ik moet'nu toonen dat ik niet den minsten last van zeeziekte heb.

Mijn overbuur, die zich vergenoegt met thee en beschuit, kijkt bewonderend naar mij als hij hoort wat ik bestel, en ik vat direct het plan op, als het maar eenigszins doenlijk is, om twee porties te eten.

De ham en eieren worden voor mij gezet, tusschen de reeds vermelde latten, en ook een half kopje koffie in het daarvoor bestemde plaatsje.

Ik geloof waarachtig dat de golven bemerkt heb-

Sluiten