Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raakt aan een pijp en Engelsche tabak en velen, die slechts korten tijd in Engeland vertoefden, komen terug als pijp-enthousiasten. In Holland mag men geen pijp op straat rooken, dat is onfatsoenlijk — 't staat zoo gemeen (!) —> en de „meneer", die sigaren rookt: merk „High Life", acht om een dubbeltje, schaamt zich een pijp te rooken.

Het is natuurlijk slechts een quaestie van „mode", en ik zou mij al erg moeten vergissen als binnen weinige jaren het rooken van pijpen in Holland niet meer algemeen wordt. Het zal denkelijk van de jongelui uitgaan, die aan sport doen, en als het eenmaal vastgesteld is dat men een pijp rookt niet omdat het goedkooper is, maar omdat het bepaald lekkerder is, dan wordt de pijp hier te lande even algemeen als „knickerbockers" of „Lemon squash". (Op zijn Amsterdamsch zeggen wij „kwast"). Een pijp smaakt het lekkerste na het ontbijt, een fijne, sigaar na het diner, doch als men wandelt of paard rijdt of fietst, dan is een pijp het gemakkelijkste.

„Het is maar te hopen," zeg ik, — terwijl ik de gesneden plakjes tabak in de hand fijn wrijf en op wetenschappelijke wijze mijn pijp vul, —• niet te vast en niet te los, — „het is maar te hopen, dat het weer spoedig opklaart, anders zien wij niets van de kust."

„Van de kust zien we toch niets,'* merkt een der aanwezigen op. „Het eerste wat wij zien zullen, is,

Sluiten