Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jacht, daartoe opgewekt door de verhalen van den kaboen(1). Iederen nacht, zoo vertelde hij mij, kwamen de zwijnen in den groententuin van het hotel en vernielden daar den boel. Tuan moest maar eens een nacht op de loer gaan liggen, dan was hij zeker er eenige te schieten.

Ik had er wel lust in, maar had helaas, mijne geweren niet bij mij. Maar de kaboen wist raad, hij zou mij zijn geweer geven en wij spraken af, dienzelfden avond nog op de jacht te gaan.

Tegen 9 uur kwam hij mij halen en bracht zijn geweer mede.

Hij plaatst mij achter een klein muurtje, en geeft mij het moordwapen, na er een hoedje opgedaan te hebben.

Het was een oud model voorlaadgeweer, hier en daar opgelapt met ijzeren bandjes en stukjes touw.

Is het geladen, kaboen ?

Ja mijnheer, heel goed geladen, ik heb al het kruit wat ik had, erin gedaan en toen een handvol kogels, de loop is half vol. Als u er mee schiet, raakt u altijd wat.

Het leek mij dat de kaboen wat al te veel op het weerstandsvermogen van den ouden verroesten loop vertrouwde en fluisterend vroeg ik: „Heb je er al dikwijls mee geschoten en laad je het geweer altijd op die wijze t"

Neen, mijnheer, nog niet mee geschoten, maar prachtig geweer.

(1) Tuinman.

Sluiten