Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waken in. 'k Probeerde een gesprek te beginnen met den stuurman, maar 't ging zoo vervelend dat 't al gauw uitdoofde als een vuurtje van groen hout. 'k Ging naar Brachamis om met 'm te spelen, maar hij stak z'n neus nog dieper tusschen z'n pooten en gromde tegen me, omdat hij er genoeg van had, alsof hij wou zeggen: „Laat me met rust, ik wil niets met je te maken hebben!" Ik had er ook genoeg van, ging voorover uitgestrekt midden op 't dek liggen en hield m'n vuist voor m'n oogen, want 'k wilde niets om me heen zien en niet voelen dat 'k leefde. Langzamerhand slaagde 'k daar ook wel zoowat in. Iets heel kleins als een mat lampje zag 'k in 't midden van m'n bewustzijn leven, met koude asch alles wat uitstak bedekken, zich vereenigen, en indringen in de harde planken van 't dek.

Hoelang 'k zoo bleef liggen weet 'k niet. Wat voor akelige gedachten 'k me in m'n geest haalde of zelfs of 'k ze werkelijk dacht, dat herinner 'k me niet meer. Maar plotseling begon 'k te huiveren; een magnetische kracht doortrilde m'n zenuwen, zooals de vochtigheid na lange droogte de vogels tot kwetteren prikkelt. Toen werd een purperen golf over me uitgestort, drong door alle poriën in m'n vleesch en m'n zinnen en doortrok mijn geheele wezen, 't Leek me of 'k zwom in bloed. En zooals iemand die slaapt in een donkere kamer uit zichzelf wakker wordt bij 't helderwitte daglicht, zoo voelde 'k dat 't leven geleidelijk van 't eene eind naar 't andere ging en opende ik m'n oogen. Of 'k ze open of dicht deed herinner 'k me niet.

Sluiten