Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu eerst zag 'k goed in met wie 'k te doen had! 't Was niet de Charos der aarde, de vernietigende en reddende engel, 't Was de Gorgóna, de zuster van Alexander, die 't onsterflijkheidswater had weggenomen en levend en almachtig ronddoolt. Zij was de glorie van den grooten wereldheerscher, de eeuwig-jonge te land en ter zee. Door haar komst had de Pool zijn glans overvloedig uitgestort om de lucht purper te maken. Zij vroeg natuurlijk niet naar 't vergane lichaam van haar broeder, maar naar de herinnering aan hem. En nu, woedend om mijn ondoordachte antwoord, greep ze met haar hand, een dichtbehaarde zware hand, 't schip vast aan 't dolboord, sloeg met haar staart naar links en rechts en maakte een woesten oceaan van de kalme zee.

„Neen, 't is nietwaar wat 'k zei, 'tis nietwaar!"... schreeuwde 'k hard met knikkende knieën.

Streng keek zij mij aan, richtte zich als een kolos voor mij op en vroeg weer met bevende stem:

„Zeeman, zeg mij, zeeman. Leeft koning Alexander?"

„Hij leeft en heerscht," antwoordde ik dadelijk; „hij leeft en heerscht over de wereld."

Zij luisterde met aandacht naar mijn woorden. En alsof mijn stem een onsterflijken stroom in haar aderen goot, zoo veranderde 't monster onmiddellijk: stralend als een jonge vrouw stond zij daar weer. Zij liet haar lelieblanke hand los van 't schip en bij haar glimlach ontsproten rozeblaren aan haar lippen.

Plotseling klonk in de purperen lucht een ge-

Sluiten