Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij matroos was, was hij een onvermoeid en spaarzaam werker. Langzamerhand had hij wat geld bij elkaar gekregen, werd voor de helft deelgenoot in een oude boot en deed hier in de streek zaken voor eigen rekening. Later werd dat oude schip zijn eigendom en breidde hij zijn zaken uit tot Attalia. Ten slotte liet hij den schoener bouwen en strekte zijn reizen uit tot voorbij Potamós.

Maar nü was hij verschrikkelijk woedend. Toen we uit de Zwarte Zee kwamen, waren de matrozen, die evenals hij van Mykonos afkomstig waren, er elk oogenblik op uit hem handig te herinneren aan hun vaderland en hun huis.

„Wel kapitein, als er nu eens onder ons een ongelukskind was en een harde oost-noordoostenwind ons aanpakte in de zeeëngten en we storm kregen bij kaap Dóro en onze boot moest dicht onder den Tsiknias blijven!" zei er één.

„Zou je niet liever in plaats van den Tsiknias zeggen tdenTóérlos van Mykonos ?" voegde een ander er aan toe, terwijl hij den kapitein strak aankeek.

Deze draaide zich om alsof hij niets gehoord had en begon een praatje met den stuurman, Barbatrimis, over 't weer. En toen ze hem steeds meer hinderden met hun woorden en hun blikken die nog vleiender waren dan hun woorden, wierp hij woedend zijn roode muts op den grond en zei bleek van woede:

„Vervloekt de kapitein die landgenooten op zijn schip neemt 1 Je zult me zien hangen aan de ra, Barbatrimis, als 'k ooit nog eens een Mykoniaat op mijn schip neem!" ...

N GN2

Sluiten