Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om zich te verbergen. Hij had altijd wat aan de hand: als 't niet was voor moord, dan was 't voor diefstal. Hij kwam aan met vijf of zes inktvisschen aan boord en met wat oesters en zee-egels. Zoogenaamd kwam hij om te werken. Hen onmogelijk mensen. Aan z'n dolk zat al tij d bloed, soms ook z'n eigen bloed, als hij dronken was en zich in z'n spieren sneed om te toonen hoe moedig hij was. Maar hij was ook een pallikaar, die duivelsche kerel, en een prachtpallikaar!

Zoodra zijn boot daar beneden is geland gaat bij aan wal en stapt regelrecht op den wijngaard van Gligóris Physèkis af, springt over den muur, vult zijn voorschoot met druiven, en keert terug, alsof de heele eigenaar niet bestond. Onderweg krijgt die hem te pakken. Hij was toen de pallikaar van ons dorp, een geweldige schreeuwleelijk. Hij schreeuwt dus hard zoodra hij den dief bemerkte. Kondaras gaat lachend naar zijn schip; Physèkis loopt hem achterna, de buren hooren 't geschreeuw en verzamelen zich de een na den ander.

Marinos zat nu onbekommerd in zijn schip met zijn makkers de druiven op te eten. De onzen raakten in vuur. Ze vliegen op 't schip en probeeren hem te grijpen. Hij staat op, springt op 't zand, grijpt zijn dolk en zegt:

„Voor den duivel, weten jullie niet dat ik Marinos Kondaras ben?"

Allen stonden verstijfd van schrik. Maar Physèkis dacht er niet over zich ook op die manier terug te trekken en dan later zich door zijn vrienden te laten plagen, hij zei dus:

Sluiten