Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen: de duivel mag ze halen, allemaal, de schapen en alles; ik wil jou, jou alleen: jij bent mijn alles! Hoor-je 't, hoor-je 't! jou wil 'k, jou wil 'k!...

'k Boog m'n hoofd en ging weg zonder te kunnen ademhalen, als iemand die door een nachtmerrie benauwd wordt, 'k Dreef de schapen bij elkaar en liep voort zonder te weten waar 'k heen ging. De heele hel kookte in m'n borst met duizenden duivels. Hoeveel menschen 'k tegenkwam, die me goedendag zeiden, waar 'k tegen op liep: 'k merkte 't niet. 'k Herinner me wel dat 'k zoo woest werd, dat m'n oogen zoo uitpuilden, dat een klein kind, toen 't me ineens zag, bang werd en begon te schreeuwen. En daar staat me ook, ongelukkig genoeg, de opperherder voor me met twee anderen. Toen wist 'k niet wat 'k deed, dat is werkelijk waar, en God mag me eenmaal straffen. God zij z'n ziel genadig! Ik vloog op 'm af, hij had geen tijd om z'n hand in z'n gordel te steken, ik gaf 'm met m'n pistool een slag op z'n hoofd. Een jonge kerel lang in z'n volle lengte op 't gras uitgestrekt, zwijgend, als een ontwortelde plataan... „Ik zal haar niet hebben, maar jij ook niet," brulde 'k en ging er van door.

De rest weet meneer Nikolós zelf wel. Er zijn troepen uitgezonden om me te vangen, maar ze hebben me nog niet gepakt, en ze zullen me ook nooit te pakken krijgen. Als je me vraagt naar Róéso: ik heb haar nooit meer gezien. Ik heb gehoord dat ze is gaan werken in de stad en zich daar heeft vergooid. Ach, naar den duivel met vrouwen!"

Sluiten