Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

potte muts op en bromde wat.

„Heb-je alleen wat wijn voor me?"

Hij kreeg den nap en slurpte stevig. Ik stond verbijsterd, maar Nikólas Trypias stelde me gerust: J

„Dat is m'n schoonzoon, Gligóris, zei de arme grijsaard met een diepen zucht.

En toen kreeg 'k de geschiedenis van Liarokappis te hooren. Nikólas Trypias had z'n dochter aan hem uitgehuwd een jaar of twee geleden, — Artinia die met haar rustigen gang en schuchteren bhk hem dol verliefd had doen worden. Toen zwierf hij nog niet in de bergen rond. Hij was een flinke, wakkere pallikaar, een knappe jongen, de zoon van een welgesteld man: alleen was hij altijd heftig en haalde soms waagstukken uit. Ongelukkigerwijs had hij twee jaar geleden op 't feest van Ligovytsiós, waar boven op den top van den berg duizenden feestgangers bijeenkomen, bij 't wijn drinken en fuiven woorden gekregen met iemand uit de streek en in z'n te groote heftigheidhem een slag voor 't hoofd gegeven. Van dien tijd*f zwierf hij in de bergen; zes maanden was hij al voortvluchtig, de troepen zaten hem op de hielen, maar tot dat oogenblik bad hij nog geen kwaad gedaan en was dus niet als kleft gesignaleerd. Maar de bergen doen een mensch verwilderen; 't dagelijks leven daar in de woeste natuur doet den voorhistorischen mensch weer geboren worden, de nood drijft tot moorden, 't blijft niet bij dien eenen keer, en zoo gaat 't voort en van een bij verstek veroordeelde en van den meest zachtaardigen mensch

Sluiten