Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wind door de kroesblaren van den vasilikós sprong hij verschrikt op. Zoo zal er een uur voorbij zijn gegaan, tot 't oogenblik dat hij overeind kwam. Hij liep twee maal de kamer op en neer, van den haard naar de voorraadkamer, en vandaar weer naar den haard ; twee maal wou hij iets zeggen, maar kon geen woord uitbrengen, en bij eiken keer zag hij er onrustiger uit. Daarna nam hij z'n zak van z'n schouders, stak z'n behaarde, bruinverbrande hand met de breede mouw tot onderaan erin en haalde er een malsch gekookt stuk vleesch uit dat hij bij den haard legde.

„Hier hebben jullie wat van m'n buit."

„Heb-je een gems getroffen?" antwoordde z'n schoonvader, en begon 't met z'n mes in stukken te snijden.

„Vanmorgen vroeg heb 'k een steenbok geschoten daar verderop in de wildernis.

Hij nam er ook een stukje van en we dronken allemaal op z'n gezondheid. Na dit onthaal keerde hij zich tot z'n schoonvader en zei:

„Weet je, vader, ik ben gekomen om Artnia te halen!"....

Nikólas Trypias sprong ontsteld op, hij zette z'n Vuisten stevig in z'n zij, fronste z'n oude voorhoofd en zei met gesmoorde stem: „Alweer, Gligóris?"

„Wat zal 'k je zeggen, vader. Ik kan nu in Juli niet zoo in de laagte blijven. De troepen zouden ons te dicht op onze hielen komen en we zouden slaags raken. Onze troep heeft besloten dat ieder van ons zal nemen wat hij heeft en we den Valtos

Sluiten