Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stortregen had opgehouden; er hing nog een grijs-. achtige mist, veroorzaakt door een fijnen motregen. De grauwe wolken klaarden op en plotseling lichtte een bleeke zonnestraal over de velden; een half uur later was de hemel egaal blauw gekleurd. Een heerlijk verkwikkend koeltje streek langs de aarde en als het rijtuig door een bosch reed of langs tuinen, klonk vogelzang uit het struikgewas.

De avond viel. Ze sliepen nu allen in het rijtuig, behalve Jeanne. Twee keer werd halt gehouden aan een herberg om de paarden te laten rusten, die dan wat hooi en water kregen.

De zon was ondergegaan; in de verte klepten klokken. In een dorpje werden de lantaarns aangestoken en aan den hemel begonnen de eerste sterren te twinkelen. Hier en daar verscheen in de verte een verlicht venster en achter een heuvel werd door de boomtakken de roode, volronde maan zichtbaar.

Het weer was zoo zacht, dat de raampjes in het rijtuig bleven neergelaten. Ook Jeanne was nu gaan rusten, maar af en toe opende zij de oogen en staarde zij in de wijde duisternis; zag ze de boomen vóór een boerderij aan zich voorbijgaan en hier en daar enkele koeien, die in de weide te slapen stonden.

Eindelijk hield het rijtuig stil. Mannen en vrouwen kwamen aanloopen, lantaarns in de hand. Vlug sprong . Jeanne uit het rijtuig. Haar vader en Rosalie, bijgelicht door een pachter, droegen als 't ware de barones naar binnen, die doodelijk vermoeid bleek te zijn en zonder iets te willen eten of drinken onmiddellijk zich ter ruste begaf en- dan ook dadelijk insliep.

Jeanne en de baron soupeerden samen.

Af en toe keken zij elkander eens aan, dan reikten zij elkaar de hand over de tafel heen en later gingen zij als twee verheugde kinderen het gerestaureerde landgoed bekijken.

Het was een hooge, zware, Normandische bezitting, half

Sluiten