Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander en hun teederste en geheimste gedachten zouden zij van elkander raden.

En plotseling was 't haar, alsof zij hem al naast zich zag, naast zich voelde; een vage, een onbestemde rilling doorhuiverde haar van het hoofd tot de voeten. Zij kruiste haar armen over de borst en het was haar, alsof zij op haar toegespitste lippen een zachten druk voelde, als had de voorjaarswind er een liefdekus op gegeven.

Plotseling hoorde zij van achter het kasteel, op den grooten weg, het geluid van voetstappen en in haar overspannen verbeelding, in haar romantische stemming bedacht zij: „als hij 't eens was?" Ze luisterde angstig naar den stap van den wandelaar, ervan overtuigd, dat hij voor het hek stil zou houden om gastvrijheid te vragen.

Toen hij was voorbijgegaan, voelde hij zich ontstemd als na een teleurstelling. Maar zij begreep het dwaze van haar verlangen en glimlachte over die dwaasheid.

Toen ze wat gekalmeerd was, liet zij haar gedachten weer den vrijen loop en nu gaf zij zich over aan een meer gewettigd droombeeld. Hier zou zij met hem wonen, in dit rustige kasteel, dat aan zee lag. Ze zou zeker twee kinderen krijgen, een zoon voor hem, een dochter voor haar. Zij zag ze wandelen op het grasveld tusschen den plataan en de linde, terwijl hun vader en moeder hen volgden met verrukten blik.

Langen, langen tijd bleef ze zoo droomen, totdat de maan haar weg had afgelegd en onderging in zee. Het werd koeler. In het Oosten verbleekte de gezichtseinder. Een haan kraaide in de pachthoeve rechts; in clfe. links van de populierenlaan gelegen, werd het geluid beantwoord en aan den hemel verdwenen de sterren.

Langzaam kwam de zon op; een berg van purperen wolkjes kleurde achter de populierenlaan en eenigen tijd later verrees de geweldige, vuurroode bol.

Een gevoel van geluk doorstroomde het jonge meisje.

Daar was de zon I De dageraad! Het begin van het leven!

Sluiten