Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die het groote zilveren crucifix met beide handen vasthield, kwam naar buiten, terwijl een andere, kleine knaap het wierookvat droeg.

Daarop volgden drie oudere koorknapen, waarvan de een hinkte, daarna de pastoor, op wiens dikken puntbuik de vergulde stola afhing. Hij groette met een glimlachend knikje, de oogen half dichtgeknepen, terwijl zijn lippen een gebed prevelden. Zoo volgde hij de koorknapen in de richting naar zee.

Op het strand wachtte een menigte menschen, die zich hadden verzameld rondom een nieuw, met vlaggen getooid schip. De mast, het zeil, de touwen, alles was versierd met lange zijden linten, die lustig wapperden in den wind en in gouden letters droeg het schip den naam Jeanne.

Het vaartuig was voor kosten van den baron gebouwd en vader Lastique was tot kapitein benoemd. Aan het hoofd der menigte stond de brave kerel-te wachten op de hooge gasten, zijn muts in de handen ronddraaiende. Evenals hij hadden ook de andere mannen hun hoofd ontbloot, terwijl de vrouwen, gehuld in wijde zwarte schoudermantels, neerknielden bij het zien van het zilveren kruis.

De pastoor begaf zich, tusschen zijn beide kleine koorknapen in, naar den voorsteven van het .schip, terwijl aan de andere zijde van het vaartuig de drie andere knapen, met ernstige gezichten in hun kerkboeken kijkend, met luider stem een gezang aanhieven.

Het zachte ruischen der zee scheen in te stemmen met het dooplied, dat werd gezongen ter eere van de nieuwe boot en de blanke meeuwen beschreven groote kringen boven de hoofden der knielende vrouwen, als wilden ze weten, wat daar toch wel gebeurde.

Het gezang eindigde in een langgerekt amen en nadat de priester nog eenige Latijnsche zegeningen had uitgesproken, werd de boot met wijwater besprenkeld.

De vicomte en Jeanne stonden hand in hand en terwijl het knappe gezicht van den jongen man een ernstige uit-

Sluiten