Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der bedienden gestuurd om haar te halen en als zij niet te vinden was, werd er niet verder over nagedacht. Niemand zou zich ooit ongerust maken over „tante Lison," geen van allen zou ooit zeggen: —< Hé, ik heb Lison den heelen morgen nog niet gezien!"

Zij was een van die menschen, waarvan zelfs de naaste omgeving geen notitie neemt, die onopgemerkt voortleven en wier dood zelfs geen leegte achterlaat, een van die schepselen, wien het nooit gelukt, de belangstelling of genegenheid zijner medemenschen te veroveren.

Men sprak over „Tante Lison" zooals men het had over de suikerpot of de koffiekan.

Zij liep altijd met korte, onhoorbare pasjes, maakte nooit leven en scheen nooit eenig voorwerp aan te raken.

Tante Lison kwam tegen half Juli en was geheel van streek, wegens het aanstaande huwelijk van haar nichtje. Zij bracht een massa cadeaux mee, die echter, omdat zij van haar kwamen, zoo goed als onopgemerkt bleven.

Den dag na haar komst reeds bemerkte men niets meer van haar aanwezigheid.

Maar het stille vrouwtje scheen buitengewoon ontroerd te zijn en voortdurend hield zij haar blikken gevestigd op de beide jongverloofden. De uitzet interesseerde haar op in 't oog loopende wijze en in haar eenzame kamer zat zij ijverig aan de kleeren van Jeanne te naaien, zonder dat iemand het zag.

Eiken dag bracht zij de barones fijne zakdoekjes, die zij zelf geborduurd had, servetten en handdoeken met keurige monogrammen en dan vroeg ze telkens:

— Is het zoo goed, Adelaïde?"

Petite mère legde de stukken nonchalant bij de afgewerkte stapels en antwoordde:

i— Maak je toch niet zoo druk, arme Lison."

Het was een prachtige avond in het eind van Juli. De maan scheen hoog aan den helderen sterrenhemel en de zoele nachtlucht wekte poëtische gedachten in de meest

Sluiten