Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Julien had den arm om de schouders van zijn vrouw gelegd en samen keken ze in de aangeduide richting om in de verte iets te kunnen onderscheiden. Eindelijk ontdekten zij een paar pyramidevormige rotsen, waar het schip behendig omheenvoer, totdatJiet in een wijde baai kon binnenloopen. Hooge rotsen, die met schuim bedekt schenen te zijn, staken tot vlak aan zee hun koppen in de hoogte.

Hoe meer de boot het eiland naderde, hoe meer het leek of een kring van bergen zich achter hen sloot.

Plotseling zagen zij aan het eind van de golf de stad liggen, geheel wit, gebouwd tegen den voet der bergen. Een paar Italiaansche schepen lagen in de haven voor anker, terwijl vier of vijf roeibootjes op passagiers schenen te wachten.

Julien zocht de bagage bij elkaar en fluisterend vroeg hij zijn vrouw:

— Een halve franc is genoeg voor den kruier, nietwaar?"

Sinds acht dagen deed hij bij elke voorkomende gelegenheid dezelfde vraag, die zij afschuwelijk vond. Op ongeduldigen toon antwoordde zij:

— Als je er niet zeker van bent, dat je genoeg geeft, geef dan wat meer!"

Voortdurend had hij ruzie met de kellners in de hotels, met de koetsiers, de kooplieden, die in 't een of ander handel dreven, en telkens als hij, dank zij zijn onbeschaamd optreden, iets had afgedongen op den prijs, zei hij, lachend zijn handen wrijvend:

— Zie je, ik wensch niet bedrogen te worden."

Zij beefde van angst, als hem de rekeningen werden gebracht, omdat zij zeker wist, dat hij overal aanmerkingen op zou maken *, zij bloosde tot op den kruin van haar hoofd, als zij den minachtenden blik zag der bedienden, die de veel te kleine fooi in ontvangst namen. Nu had hij weer een onaangename woordenwisseling met den schipper, die hen aan wal had gebracht. . .

Drie dagen lang bleven zij in het kleine warme stadje,

Sluiten