Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij begreep niets van die vrouwelijke fijngevoeligheid, van de wisselende stemmingen dier teere ziel, voor wie een mooi natuurtafreel als een openbaring kan zijn, dat nu eens dronken maakt van vreugd, dan weer smartelijk aandoet. Haar tranen kwamen hem overdreven en belachelijk voor en op ruwen toon sprak hij:

— Je zoudt verstandiger doen, wat meer op je paard te letten!"

Langs een bijna onbegaanbaar pad daalden ze af naar de golf, vanwaar ze rechts afsloegen naar het sombere Ota-dal. Maar het pad werd hoe langer hoe slechter en Julien stelde voor om te voet verder te gaan. Jeanne wilde niets liever. De gids ging nu vooruit met den muilezel en de beide paarden, terwijl Jeanne en Julien langzaam volgden.

De berg was van onder tot boven gespleten en het voetpad liep gedeeltelijk door deze kloof. Het was langs dat gedeelte als 't ware naar weerszijden begrensd door een hemelhoogen muur, waar een scherpe wind doorheen woei. Het was er koud en langs de zwarte rotswanden was slechts een smalle streep van den blauwen hemel te zien.

Een schril geluid deed Jeanne plotseling opschrikken. Een groote arend, die uit een der gaten in den zwarten muur te voorschijn kwam, sloeg de breede vlerken uit en verdween binnen enkele oogenblikken uit het gezicht.

De spleet in den berg werd nu aanmerkelijk breeder en het pad steeg zigzags-gewijze naar boven. Met vlugge schreden liep Jeanne vooruit, onder het voorfloopen wierp ze kiezelsteenen naar beneden en zonder eenige duizeling te kennen, keek zij de neerrollende brokjes graniet na.

Haar man daarentegen volgde haar met inspanning van al zijn krachten. Hij scheen vermoeid en hield den Hik strak op den grond gericht om een duizeling te voorkomen.

Zij liepen nu weer in de blakerende zonnehitte en met dorstige kelen volgden zij een vochtig pad, dat dwars door een hoop glibberige steenen naar een bron leidde, waaruit kristalhelder water opborrelde.

Sluiten