Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dunne twijgjes sidderden in den herfstwind en hielden nog slechts enkele dorre blaadjes vast, die straks hun weg bij de andere zoudèn vinden. En zonder ophouden, als in een eentonige, trieste regenbui, bleven de gele, verschrompelde bladeren neervallen. Ze lieten los van de takken, draaiden rond, fladderden pnzeker heen en weer, en vielen.

Zij liep naar het boschje. Het was er droevig, als in de kamer van een stervende.

De groene muur, die stille laantjes en geheimzinnige plekjes had omsloten, was vernield, als door ruwe hand afgebrokkeld. De heesters, die nog zoo kort geleden waren bedekt geweest met ragfijn kantwerk, stonden nu armelijk naast en tegen elkaar en het zachte geritsel van dorre bladeren, waardoor de herfstwind speelde, klonk als het smartelijk zuchten van een zieltogende.

Kleine vogels sprongen sjirpend Van tak tot tak, een schuilplaats zoekend.

Tegen den zeewind beschut door een dikke haag olmen, hadden alleen de linde en de plataan nog hun zomerschen bladertooi kunnen bewaren, de een gehuld in zijn kleed van rood fluweel, de ander in gele zijde.

Jeanne liep langzaam het laantje van petite mére door tot aan de boerderij van Couillard en het was haar als drukte haar reeds nu de verveling van het eentonige leven, dat haar wachtte. Op de helling, waar Julien zijn eerste woorden van liefde had gesproken, ging zij zitten en een bijna onbedwingbare lust kwam in haar op om te gaan slapen, te slapen om de troostelooze droefheid van dien dag te ontvluchten.

Een meeuw, die met breeden wiekslag de lucht doorkliefde, deed haar plotseling terugdenken aan den arend daarginds op Corsica, in het sombere Ota-dal. Het was de herinnering aan een kort, gelukkig tijdperk van haar leven, dat voorgoed geëindigd scheen. Weer meende zij de bedwelmende geuren in te ademen van het bekoorlijke eiland; zij voelde weer den warmen gloed van de zon, die den cederappel en den citroen doet rijpen en voor haar geestesblik doemden de

Sluiten