Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dronk in zijn veel te lange en te wijde kleeren, barstte zij in een onbedwingbare» schaterlach uit, waaraan geen einde scheen te zullen komen.

De baron keerde zich naar haar toe, kreeg nu ook den vermakelijken kleinen groom iu het oog en kon niet meer spreken van pret.

— Kij . . . kijk Ma . . . Ma . . . Marius eensl Hoe ko . . . komiek! Mijn hemel, hij ... hij is prachtig!"

En de barones, die zich uit het portier had gebogen om goed te kunnen zien, lachte zoo krampachtig, dat de koets op zijn veeren op en neer danste als op een hobbeligen weg.

Maar Julien vroeg met doodsbleek gelaat:

— Waarom lacht u zoo? U lijkt wel gek!"

Jeanne, die ook met geen mogelijkheid haar ernst kon bewaren, was lachend op een der stoeptreden gaan zitten. De baron nam naast haar plaats en het krampachtig hikkende geluid, dat uit het rijtuig kwam, deed vermoeden, dat de barones bijna stikte. En plotseling barstte de kleine Marius in onbedaarlijk lachen uit.

Nu was Julien's geduld ten einde. Met een zwaai vloog de hoed van den nieuwen groom over het grasveld; toen wendde hij zich tot zijn schoonvader en met trillende stem schreeuwde hij den baron toe:

■— Mij dunkt, dat u geen reden hebt om te lachen. Wij zouden er beter aan toe zijn, als ge uw fortuin niet hadt verkwist en uw bezittingen opgegeten. Aan wien de schuld, dat wij geruïneerd zijn?"

Uit was het met de vroolijke stemming en niemand sprak meer een woord. Alle drie voelden zich verslagen en vernederd, zonder dat zij het elkaar wilden bekennen.

De koets reed langs de boerderijen, waar angstige kippen onhandig over den weg vlogen om achter heggen te verdwijnen; waar waakhonden luid blaften, totdat het rijtuig voorbij was.

Een straatjongen op gescheurde klompen, met de handen diep in de broekzakken en wiens blouse bol stond door den wind, bleef aan den kant van den weg staan om het

Sluiten