Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn neus, zijn oogen, zijn vooruitstekende tanden en zijn haar, dat versch gepommadeerd was, zelfs zijn mooie pronkkleeren, alles glom, alsof er voortdurend de grootste zorg aan werd besteed.

Na de eerste begroetingen en beleefdheidsphrases wist geen van allen iets meer te zeggen. Men feliciteerde elkaar zonder te weten waarmee, men hoopte van weerszijden, de vrienschappelijke relatie te bestendigen en vond het een uitkomst, goede kennissen in de buurt te hebben, als men gedoemd was, het geheele jaar buiten door te brengen.

De ijzige kilte, die in den salon hing, scheen tot in de beenderen door te dringen, het bloed in de aderen te stollen. De barones begon te niezen en te hoesten; nu gaf de baron het teeken om te vertrekken.

De vicomte en vicomtesse noodigden hen uit om nog wat te blijven.

— Wat? Zoo gauw al? Büjft nog een beetje!"

Maar Jeanne was reeds opgestaan, ondanks, de wenken van Julien, die het bezoek te kort vond.

Men wilde den bediende bellen om het rijtuig te laten voorkomen, maar de bel weigerde. Nu haastte de heer des huizes zich om zelf zijn bevelen te gaan geven; hij kwam terug en vertelde, dat de paarden waren uitgespannen en in den stal gebracht.

Er zat niet anders op dan te wachten en allen deden hun best om het gesprek gaande te houden. Men sprak over den natten winter en Jeanne informeerde, niet zonder een rilling van afgrijzen, hoe de twee bejaarde menschen met hun beiden den langen winter doorbrachten. Maar de Brisevilles waren verbaasd over die vraag, want zij hadden bezigheden genoeg. Ze correspondeerden trouw met hun adellijke bloedverwanten, die door heel Frankrijk verspreid waren, zij brachten hun dagen door met allerlei onnoozele futiliteiten, deden deftig tegenover elkander en spraken met veel ophef over de onbeduidendste gebeurtenissen.

En in den hoogen, ruimen, ongezelligen salon, waar alles

Sluiten