Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaag besefte zij, hoe men haar in een bed neerlegde en haar verstijfde lichaam in warme lakens hulde; daarna verloor zij het bewustzijn.

Angstige droomen kwelden haar in de dagen van koorts, die nu volgden.

Zij lag te bed in haar eigen kamer. Het was dag, maar 't was haar onmogelijk op te staan". Waarom? Zij wistiiet niet.

Daar hoorde zij een zacht geritsel op den vloer en plotseling sprong een grijze muis op haar laken. Een tweede volgde, onmiddellijk daarna een derde, die op haar borst ging zitten. Jeanne was niet bang, maar zij wilde het beest grijpen. Hoe dikwijls zij het echter ook probeerde, hét gelukte haar niet, de muis te pakken te krijgêh.

Toen kwamen drommen muizen van alle kanten aanloopen; bij dozijnen, bij honderdtallen, bij duizenden tegelijk liepen zij langs de muren, over den vloer en klauterden op haar bed. En het duurde niet lang of zij kropen onder haar dekens; Jeanne voelde ze langs haar huid loopen over haar beenen en eindelijk zaten ze overal op haar lichaam. Zij zag ze aankomen aan het voeteneind van het bed om tegen haar keel op te kruipen en zij wilde zich verdedigen, ze met haar handen afweren, maar het was haar onmogelijk.

In doodsangst wilde zij schreeuwen, maar het was alsof stevige vingers haar keel dicht knepen. Toch zag zij niemand.

Die nachtmerrie moest lang, heel lang geduurd hebben. En toen zij ontwaakte, was zij doodmoe, als geradbraakt. Zij voelde zich doodelijk zwak. Zij opende de oogen en het verbaasde haar niet, dat pefife mère naast haar bed zat met een heer, dien zij niet kende.

Hoe oud zou hij zijn? Zij kon het niet gissen. Het was haar alsof zij nog een klein meisje was, hulpbehoevend en teer.

De vreemde heer sprak: „Kijk, het bewustzijn keert terug. En perire mère begon te schreien. Toen hernam de onbekende: — Kom, kalm blijven, mevrouwtje, het ergste hebben we achter den rug. Maar u moogt nergens met haar over spreken. Eerst moet zij slapen."

Sluiten