Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewekt. De natuur was op haar mooist: alles bloeide en geurde in de schitterende zonnestralen.

Met Paul in haar armen liep Jeanne de velden door. Ontelbare bloemen groeiden om haar heen en het vroolijke gezang der vogels was het eenige geluid, dat de stilte verbrak. Zij drukte het kind vaster in haar armen en kuste het zachte gezichtje telkens en telkens weer. En zij dacht aan de toekomst.

Wat zou hij worden? Nu eens hoopte zij, dat hij later rijk, voornaam en machtig zou zijn, dan weer wenschte zij haar zoon als een eenvoudig mensch te zien opgroeien, die altijd bij haar zou blijven, wien niets liever op de wereld zou zijn dan zijn moeder. Zij ging op het gras aan den kant van den landweg zitten en liefdevol rustte haar blik op het kleine wezentje üi haar armen. Ook hij zou eenmaal groot zijn, hij zou een mensch worden, de wereld ingaan en . . .

In de verte hoorde zij haar naam roepen en eenige oogenblikken later kwam Marius ademloos aanhollen. Zij dacht, dat er bezoek voor haar was gekomen en stond reeds op om naar huis terug te keeren. Maar de jongen kwam dichterbij en riep haar al op eenigen afstand toe:

— Madame, kom toch gauw! Madame la baronne is erg ziek geworden!"

Een koude rilling liep Jeanne langs den rug en zoo vlug zij kon snelde zij naar huis.

Onder den plataan stonden verscheiden personen bijeen. Nu was zij dicht genoeg bij hen gekomen om te zien, dat tusschen hen in haar moeder op den grond lag, het hoofd ondersteund door een paar kussens. Het gelaat der oude vrouw had een vaalgrauwe kleur, haar oogen waren gesloten en haar borst, die gedurende de laatste twintig jaar hijgend op en neer was gegaan, bewoog niet meer.

De min nam het kind van Jeanne over en bracht het weg.

Met verwilderden blik vroeg de jonge vrouw:

—■ Wat is er gebeurd? Is mama gevallen? Laat dadelijk iemand naar den dokter gaan!"

Sluiten