Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■— Dit jaar zal uw zoon Paul ongetwijfeld zijn eerste communie doen?"

Geheel onvoorbereid antwoordde Jeanne:

— Ja, mevrouw."

Dit eenvoudige antwoord werkte beslissend en zonder er met haar vader over te spreken, verzocht zij tante Lise, het kind naar den cathechismus te brengen.

Een maandlang ging alles goed, maar op een avond kwam Poulet thuis met een ontstoken keel. Hij hoestte en toen zijn moeder hem ondervroeg, vertelde hij, dat de pastoor hem buiten de kerk had gestuurd, waar hij in den guren wind het einde der les had moeten afwachten, omdat hij ondeugend was geweest.

Toen hield zij hem thuis en leerde hem zelf de eerste beginselen van den godsdienst. Ondanks de smeekbeden van tante Lise weigerde pastoor Tolbiac hem op te nemen onder de aannemelingen, omdat hij onvoldoende onderricht had gehad.

Het volgende jaar ging het evenzoo, en toen bezwoer de baron zijn dochter, dat het kind geen behoefte had, al dien nonsens te leeren; dat hij ook zonder de transsubstantiatie wel een fatsoenlijk mensch kon worden; dat hij niet als goed Katholiek, maar als goed Christen zou worden opgevoed en dat hij na zijn meerderjarigheid zelf zijn godsdienst zou kiezen.

De Brisevilles kwamen niet meer op het kasteel en toen Jeanne' er toch nog eens weer een bezoek bracht, vertelde de markiezin haar op ijskouden, hoogen toon:

■— De Maatschappij is verdeeld in twee klassen: Menschen, dié in God gelooven en zij, die dat niet doen. De eersten, zelfs uit den nederigsten stand, zijn onze vrienden, onze gelijken; de anderen bestaan niet voor ons."

Jeanne voelde de bedoeling en antwoordde:

— „Maar men kan toch wel in God gelooven zonder naar de kerk te gaan!"

— „Neen mevrouw; de getrouwen zoeken God op in zijn kerk, zooals men de menschen opzoekt in hun woningen."

Maar Jeanne trachtte zich nogmaals te verdedigen.

Sluiten