Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen paardrijden mocht, hij niet, omdat hij dan misschien naar Havre zou terugkeeren.

Pauls humeur werd met den dag slechter en het gebeurde niet zelden, dat hij ongepaste, brutale antwoorden gaf.

Op een mooien lenteavond kwam hij niet terug. • Op les Peuples werd het bericht bezorgd, dat hij per boot met twee matrozen was uitgezeild. Blootshoofds liep Jeanne midden in den nacht naar Yport, waar zij met een paar visschers op het strand de terugkomst van het scheepje afwachtte. Tegen den morgen liep het de kleine haven binnen, maar Paul bevond zich niet meer aan boord: hij had zich naar Havre laten brengen.

Ondanks alle nasporingen van de politie werd hij niet gevonden. Ook het meisje, in wier woning hij zich den eersten keer had verborgen gehouden, was spoorloos verdwenen, nadat zij haar meubelen had verkocht om de huur te betalen. In Pauls kamer op les Peuples werden twee brieven van haar gevonden, waarin zij haar lieven, blonden jongen vertelde, hoe hartstochtelijk veel ze van hem hield. In die brieven sprak zij over een reis naar Engeland, waarvoor zij het benoodigde geld reeds bij elkaar had.

En de drie bewoners van het kasteel leefden eenzaam en droevig verder. Jeanne's haar was sneeuwwit geworden en telkens weer vroeg zij zichzelve af, waarom toch het noodlot haar voortdurend zoo wreed moest treffen. Pastoor Tolbiac zond haar een brief.

— Madame," schreef hij. „Gods hand drukt zwaar op u. Gij hebt Hem uw kind geweigerd, Hij heeft het u ontnomen om het in de armen der ontucht te werpen. Opent deze vingerwijzing des Hemels u de oogen niet? Maar Gods goedheid is oneindig. Misschien zal Hij u vergiffenis schenken, als gij u in ootmoed voor Hem öp de knieën werpt. Ik ben Zijn nederige dienaar en '" - ik zal de deur van Zijn woning voor u openen, als uw hand er komt aankloppen."

Sluiten