Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Peinzend zwegen de beide vrouwen. Toen vroeg Jeanne:

— Ben jij gelukkig geweest?"

Aarzelend, uit vrees, al te droeve herinneringen op te wekken, antwoordde Rosalie:

i— Ja.... zeker madame. Ik heb niet te klagen, ik ben

in elk geval gelukkiger geweest dan u... Eén ding heeft mij altijd gespeten: dat ik niet hier, bij u gebleven ben...."

Verschrikt zweeg zij, want nu had ze toch het pijnlijke onderwerp aangeraakt.

Maar met zachte stem sprak Jeanne:

— Men kan niet altijd doen, wat men graag zou willen. Je bent ook weduwe, nietwaar ? Heb je nog meer.... nog meer kinderen?"

— Non, madame."

— En hij.... je... je zoon.,.. wat is er van hem geworden ? Ben je tevreden over hem?

— Oui, madame, hij is een beste jongen, die hard wetkt. Een half jaar geleden is hij getrouwd, en hij neemt met zijn vrouw mijn boerderij waar. Daarom ben ik bij u gekomen."

Bevend van aandoening vroeg Jeanne:

— Dus je wilt bij mij blijven, voortaan?" Op resoluten toon klonk het:

— Natuurlijk, mevrouw, ik heb m'n maatregelen al genomen." Toen zwegen beiden, totdat Jeanne weer vroeg:

■— Is je man goed voor je geweest?"

— O, hij was een brave kerel 1 En hij was spaarzaam; we hebben een aardig duitje kunnen overleggen, mevrouw 1 Hij is aan een borstkwaal gestorven. En ik ben zoo blij weer bij u te kunnen zijn, omdat ik het goede leven, dat ik heb gehad, toch aan u te danken heb. En loon wil ik bij u niet verdienen . . . Vindt u 't niet goed ? Dan ga ik weer heen. Geld? Och, ik heb immers genoeg, misschien evenveel als uzelf hebt. Weet ge, hoeveel er nog overblijft, als alle hypotheken en schulden en onbetaalde interest eraf gaan? Weet u het? Neen, nietwaar? Nu ik verzeker u, dat het hoogstens tienduizend francs per jaar is.

Sluiten