Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwon of naar haar meening- vroeg, klonk' het antwoord:

— Doe maar, wat jij goedvindt."

Zij was zoo ten volle overtuigd, dat het noodlot haar voortdurend vervolgde, dat zij bijgeloovig was geworden als een Oosterling. Zij durfde niet het minste werk meer te ondernemen en aarzelde dagenlang, eer zij den moed had om de eenvoudigste dingen ten uitvoer te brengen. Alles liep haar immers tegen, en al wat zij ondernam, moest verkeerd afloopen!

Ontelbare malen herhaalde zij: — „Ik heb geen geluk gehad in mijn leven." Dan trachtte Rosalie haar van het tegendeel te overtuigen.

— Het zou nog veel erger wezen, als u moest werken om uw brood te verdienen; als u eiken morgen om zes uur op moest staan om er op uit te trekken! Er zijn genoeg, die dat moeten, en die, als zij oud zijn geworden, van gebrek en armoe sterven."

Maar bedenk toch," zuchtte Jeanne, „dat mijn zoon

mij heeft verlaten;* dat ik alleen ben achter gebleven!" Dan werd Rosalie boos.

— Een mooie boel! En de jongens, die onder dienst zijn? Of zij, die zich in Amerika gaan vestigen? Laten die hun moeder ook niet alleen?"

Amerika beteekende voor haar een geheimzinnig oord, waar men heentrekt om fortuin te maken, en vanwaar men niet terugkeert.

En zij vervolgde:

— Voor iedereen komt een oogenblik van scheiden, want oud en jong kan niet bij elkaar bhjven. Daar valt niets tegen te doen in de wereld. Zelfs als hij dood was, zoudt

u erin moeten berusten.

Jeanne antwoordde niet meer.

Toen de zachte dagen kwamen in het begin van de lente, schenen haar krachten ook terug te keeren, maar zij gebruikte die nieuwe levensgeesten slechts om zich nog meer te verdiepen in de beelden van weleer.

Een leven

13

Sluiten