Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Monsieur Paul komt dadelijk na de begrafenis hier. Morgen, met dezen trein, daar kunt u vast op rekenen."

Jeanne antwoordde niet. Alleen fluisterde zij een paar keer: „Paul "

De zon neigde naar den horizont en wierp een rozigen schijn over velden en akkers. Een oneindige vrede lag over de aarde; zacht sjirpten de krekels, rustig lagen de koeien te herkauwen in het gras.

Het paard rende in draf voorwaarts en de boer klakte met de tong om het dier tot nog grooter spoed aan te zetten.

Zwijgend keek Jeanne'naar de lucht, waar een groep zwaluwen zich voortbewoog. Een zachte warmte drong door haar kleeren heen, de warmte van een levend wezentje, dat op haar schoot was ingeslapen.

En met een zalig gevoel van ongekend geluk verwijderde zij zorgvuldig het witte mutsje van het kleine, roze gezichtje om voor het eerst een blik te werpen op het gelaat van haar kleindochtertje, het kind van Paul. Het teere wezentje, wakker geworden door het daglicht, opende de helderblauwe kijkers en vertrok het kleine mondje als om te gaan huilen. Jeanne wierp een blik van innige liefde op het kind en kuste het zachte wangetje telkens en telkens weer, terwijl zij het warme lichaampje met moederlijke teederheid aan haar hart drukte.

Met een tevreden en gelukkig lachje keek Rosalie naar de grijze vrouw. Zacht legde ze haar breede hand op Jeanne's arm en vermanend sprak zij:

~- Voorzichtig, voorzichtig, mevrouw, meteen gaat ze huilen!

En tot zichzelf sprekend, voegde ze eraan toe: — Zie je, het leven is niet zoo kwaad, als men weieens denkt!"

EINDE.

Sluiten