Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

| HOOFDSTUK IX |

DE RISICO VAN DEN ARBEID.

O, wat een wreede, duidelijke taal spreken de sterfte-tafels! Reeds bij een ruwe verdeeling van de Nederlandsche gemeenten in Visscherijcentra, Landbouwcentra en Nijverheidscentra bleek dat van de mannen tusschen de ao en 64 jaar (de gemiddelde beroepsleeftijd) er in de jaren 1910-1914 gemiddeld per duizend het meest stierven in het industriegebied:

Visscherijcentra .... 6,57 per 1000 Landbouwcentra . . . 7,10 „ „ Nijverheidscentra . . . 7,88 „ „

Maar bij een fijner indeeling volgens het juiste beroep, komen er nog heel andere wonden bloot

Volgens de einde 1917 verschenen „Statistiek van de sterfte onder de mannen van 18-65 Jaar> met onderscheiding naar beroep en de positie daarin bekleed, in verband met leeftijden en doodsoorzaken, in de jaren 1908-7911"!) stijgen toch de verhoudingscijfers der sterfte voor verreweg de meeste fabrieksarbeiders zeer ver boven het gemiddelde.

Om dit te toonen volgt hier een staatje met afgeronde getallen voor de verschillende soorten van fabrieken en ploegen.

1) Bijdragen iot de Statistiek van Nederland. Nieuwe Volgreeks No. 247. 's-Gravenhage 1917.

Sluiten