Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Goddelijke beschikking ons land, in den Spaanschen tijd tot duren prijs gekocht, ons ten Vaderland is geschonken, dan hebben we eiken aanval op het vaderland als roof te beschouwen en tegen dien roof ons te wapenen. En dit gewapend zijn sluit in het hebben van een leger en een vloot.

Dit plichtsbesef heeft in de latere jaren merkbaar schade geleden. Er zijn geheele kringen waarin het uitgesleten is, en waar men het misdaad begint te noemen, wanneer op het zorgen voor de Defensie wordt aangedrongen. De Kamerdebatten hebben daarvan overvloedig bewijs geleverd. Men huldigt in die kringen een verwerpelijk en verderfelijk cosmopolitisme. Immers er is ook een prijzenswaardig cosmopolitisme, dat bestaat in het vrij zijn van nationale bekrompenheden en vooroordeelen en dat vatbaar maakt om te waardeeren en na te volgen wat andere natiën goeds en navolgenswaardigs hebben. Dit valsche cosmopolitisme daarentegen schept zich een denkbeeldige, niet bestaande menschheid, en zou, als het gelijk kreeg, de beschaving en den vooruitgang dwingen zich onbewegelijk vast te zetten in één model. Want tot den wezenlijken vooruitgang draagt ieder volk het zijne bij, mits ze niet in elkaar worden opgesmolten. Tegenover het opnieuw ontwaakte nationaliteitsbesef der Oostersche volken, komt het spookbeeld van dit valsche cosmopolitltme in al zijn ijlheid en onbestaanbaarheid uit. Het heeft geen ernstige bestrijding noodig.

Maar wel moet, in antirevolutionaire kringen zoowel als in andere, het plichtsbesef, waarvan we spraken, worden aangewakkerd, omdat, zoo dit niet werkt, de natie niet bereid zal zijn de noodige offers voor de Defensie te brengen. Een militair aangelegde natie zijn wij in 't geheel niet. De tegenzin tegen „het dienen" is daaruit gemakkelijk te verklaren en moet daarom niet onbillijk worden beoordeeld. Maar des te meer moet de vaderlandsliefde worden aangevuurd en er op gewezen worden, dat wie een vaderland heeft en al de voordeden ervan geniet, ook bereid moet zijn, als het aangevallen wordt, het uit des vijands hand te houden.

De tegenwoordige oorlog heeft de overtuiging versterkt, dat het wenschelijk is, onder de noodige waarborgen door de voorzichtigheid geboden, de natie niet onkundig te laten van het buitenlandsch regeeringsbeleid. In Ons Program (het program van Beginselen), dat vroeger slechts sprak van „eene ervarene diplomatie", is daarom onlangs opgenomen de verklaring, dat de partij kracht tot handhaving van onze zelfstandigheid zoekt, onder

Sluiten