Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan men deze. ontwikkeling zien gaan in de richting van een geweldige machtsworsteting tussen het internationale kapitalisme en het internationale socialisme.

De socialistiese samenlevingsgedachte is ontstaan als voortbrengsel van de studie der maatschappelike klassentegenstellingen en van het daardoor verkregen inzicht, dat een maatschappij zonder klassentegenstellingen de hoofdvoorwaarde is voor algemene maatschappelike welvaart en voor algemene persoonlike materieele en geestelike welvaart.

De oorsaak der maatschappelike klassentegenstellingen is in iedere maatschappij geweest, dat er verschil in bezit van grond en arbeidsmiddelen ontstond, β€” dat dit eigendomsverschil aan de ene klasse de heerschappij over de andere bezorgde, β€” en dat deze heerschappij leidde tot de materieele en de geestelike onderdrukking van de ene klasse door de andere.

Het gevolg van deze tegenstelling tussen onderdrukkende en onderdrukte klassen was β€žeen onafgebroken, nu eens bedekte dan weer open strijd, een strijd, die iedere keer eindigde met een revolutionaire vervorming van de gehele maatschappij of met de gemeenschappelike ondergang van de strijdende klassen". (Komm. Manifest).

In het geschiedenistijdvak, waarin wij leven, het kapitalistiese tijdvak of het tijdvak van de burgerlike overheersing, worden de maatschappelike klassen en groepen in toenemende mate ondergeschikt gemaakt aan en opgelost in 2 allesbeheersende klassen, nl. de klasse der bezitters van de grond en de voortbrengingsmiddelen (fabrieken, machines, grondstoffen enz.) en de klasse der van zodanig bezit verstokenen, kortweg de bezittende en de bezitloze klasse genoemd. De eerste ontleent aan haai bezit het overwegende deel harer inkomsten en verkrijgt dat overwegende deel dier inkomsten uit haar bezit, door gebruik te maken van de arbeidskracht der bezitloze klasse ter bewerking en verwerking van dat bezit en door in ruil voor het loon, betaald voor het gebruik dier arbeidskracht, de door die arbeid voortgebrachte goederen in eigendom te verkrijgen en die te verkopen voor een bedrag, dat groter is dan het betaalde loon. Dit meerdere vormt het inkomen van de bezittende klasse, die daaruit haar eigen levensonderhoud voor het grootste deel bekostigt, β€” die daaruit verder alle personen betaalt, die zij voor de instandhouding harer

Sluiten