Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon komen werd de uitnoodiging verzonden, te zamen 185. 100 Kiesvereenigingen lieten de circulaire onbeantwoord; 23 zonden een weigerend antwoord; 62 traden toe met een getal van 4390 leden, recht hebbende op 102 afgevaardigden.

„De Standaard" verheugde zich er over, dat de oogst schraal was; toch was dat maar schijn. Gegeven het absolute gemis van begrip wat organisatie waard was bij zoovele liberale kiesvereenigingen voor welke in dien tijd een candidaat stellen en aanwijzen wie voor het district als afgevaardigde ter Tweede Kamer zitting zou nemen hetzelfde was; gegeven de provinciale vrees dat aansluiting aan de Amsterdamsche, Rotterdamsche en Haagsche heeren zou komen te staan op inkorting van eigen zelfstandigheid, gegeven eindelijk (men vergeve ons het woord) de bekende Nederlandsche schrielheid, die huiverig maakte om contributie naar het Centraal-bureau op te zenden, zonder zekerheid daarvoor voldoende tegenpraestatie te genieten, gegeven dit alles, noemen wij de dadelijke toetreding van 62 kiesvereenigingen wel veel, vooral als men bedenkt, dat hier algeheele vrijheid tot al- of niet aansluiting bestond; dat dominé noch pastoor hier eenigen invloed konden doen gelden.

Hoezeer ook de fïnancieele bezwaren golden, mag blijken uit de naieve bekentenis van de toenmalige kiesvereeniging „Plicht en Recht" te Vlissingen, die niet tot dadelijke aansluiting wilde overgaan, omdat in stede van financieele hulp bij het verkiezingswerk in de kleinere plaatsen te erlangen, men reeds dadelijk begint, met het heffen van contributie, ter tegemoetkoming van de vrij onbelangrijke kosten tot het houden van vergaderingen, enz., terwijl de vereenigingen bovendien in de kosten van hare afgevaardigden hebben te voorzien.

Het genre „Plicht en Recht" is helaas nog lang niet uitgestorven.

Maar er waren toch ook andere en degelijker bezwaren. Dat bevorderen van de liberale beginselen door alle geoorloofde middelen van voorlichting en samenwerking was het platte land vooral niet naar den zin. Men voelde daar hoe men iederen dag terrein verloor door de kerkelijke, met name de anti-revolutionaire propaganda. De kleine luyden werden door de anti-revolutionairen bewerkt en voor hunne beginselen gewonnen; die propaganda geschiedde door woord en geschrift, terwijl de liberalen slechts groote bladen hadden die den kleinen man niet bereikten, en

Sluiten