Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op Zaterdag 8 Maart 1890 nam de Liberale Unie met algemeene stemmen eene motie aan waarin ze hulde bracht aan het initiatief van Mr. goeman borgesius c.s. in zake hunne belastingvoorstellen en met de grondbeginselen, rijks inkomstenbelasting; met progressie, in die ontwerpen vervat. (Die voorstellen van de H.H. Goeman Borgesius, Hartogh, Kerdijk, Schepel en Zaayer waren in hoofdzaak: i°. Heffing eener inkomstenbelasting, 2°. Afschaffing van den accijns en wijziging van het invoerrecht op het zout; 30. Afschaffing van het patentrecht, met uitzondering; van dat, verschuldigd door de naamlooze vennootschappen; 40. nadere regeling ten aanzien van de rechten van registratie wegens overdracht van onroerende zaken).

Dat het praeadvies in zake het ontwerp Lager-Onderwijs MACKAY bij velen ontstemming had gewekt bewijst wel de indiening op die vergadering van een voorstel Oppenhetm c.s. tot wijziging van Statuten en Huishoudelijk Reglement in hoofdzaak ten doel hebbende te bereiken, dat het Hoofdbestuur in het vervolg geene praeadviezen meer zou uitbrengen voor dat de kiesvereenigingen hadden gesproken; tevens wilden de voorstellers dat slechts afgevaardigden lid van het H. B. zouden kunnen zijn, „opdat hunne kiesvereenigingen hen ter verantwoording zullen kunnen roepen". Dit voorstel werd behandeld in de vergadering van 12 Juli 1890; het Bestuur verklaarde zich er tegen, maar zou om pressie te vermijden niet aan de discussie deelnemen. Die voorstellen werden echter met groote meerderheid verworpen.

Op 28 Februari 1891 werd met 76 tegen 10 stemmen eene motie aangenomen ten gunste van het ontwerp-BERGANSlüS dat den persoonlijken dienstplicht wenschte te brengen, welk ontwerp de twistappel werd in het clericale kamp en weldra de oorzaak van de nederlaag der coalitie bij de stembus, „toen de kapelaans in Wijk bij Duurstede de zolen plat liepen, om Dr. SCHAEPMAN niet te doen herkiezen en dus hand- en spandiensten deden voor den liberalen candidaat".

De motie luidde: de Liberale Unie, zich willende vereenigen met de strekking van het aan haar uitgebracht prae-advies, van meening, dat de ingrijpende wijziging in het 8ste hoofdstuk der Grondwet den wetgever de verplichting oplegt, afdoende verbetering te brengen in de richting onzer levende strijdkrachten,

Sluiten