Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oprichting

„De wereldoorlog heeft de eeonontische vraagstukken even ruw als onafwijsbaar naar voren gebracht" — zoo luidde de aanhef van den oproep aan eensdenkenden, in October 1917 verspreid, het eerste levensteeken van den Economisch en Bond.

De onderteekenaars dier circulaire, uit vele groepen en standen der maatschappij saamgekomen, hadden voor ons land de les uit den oorlog getrokken: „Nederland zal zijn uiterste krachten moeten inspannen om na den oorlog in den wedijver der volken zijn plaats te behouden en — zoo het kan — te verbeteren".

Reeds toen was ons land beklemd tusschen de twee geweldige machten, die elkander pogen te vernietigen en liet het zich aanzien, dat onze welvaartsbronnen, de eene na de andere, zouden verzanden. Thans is de toestand verergerd: onze handel is verlamd, onze schepen zijn ons deels ontnomen en kunnen anderdeels slechts varen • bij de gratie der oorlogvoerende partijen; onze industrie leeft bij den dag, onzeker of de noodige grond- en brandstoffen te harer beschikking zullen zijn om de arbeiders aan het werk te houden; land-, tuinbouw en veeteelt, voorheen goeddeels op uitvoer ingericht en thans bijna geheel aangewezen op de voedselvoorziening van ons eigen volk, verkeeren in de onzekerheid of zij hun bedrijven misschien van den grond af zullen moeten hervormen.

Onze voorraden zijn opgeteerd en zullen voorshands niet aangevuld kunnen worden; ontbering kennen wij allen en, zoo niet met alle kracht daartegen wordt gewaakt, komt straks de hongersnood binnen. Bij alle euvelen, die het buitenland ons onwillekeurig of opzettelijk aandeed, komen nog de binnenlandsche vijanden: wanbestuur en woekerzucht.

Sluiten