Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalingen tegenover de burgers van vreemde staten, waardoor deze de belangrijkste rechten, als het verkrijgen van vast eigendom, niet kunnen verwerven zonder bijzondere toestemming der regeering.

De tweede moeilijkheid ligt in de verschillende volksrechtelijke positie der staten. Het beginsel, dat zich binnen de grenzen van een staat als despotisme doet gelden, treedt in de verhouding tusschen de staten op als imperialisme en veroveringspolitiek: dat een enkele staat het recht voor zich eischt om over de aangelegenheden der staten te beslissen en ook de macht om zijn beslissingen te doen uitvoeren. Imperialisme is niet hetzelfde als kolonisatie i). Hieronder verstaat men, dat een volk, dat in staat is sociale en juridische verhoudingen tusschen menschen te organiseeren, deze taak aanvaardt tegenover menschen, die daartoe niet in staat zijn, die „wilden" zijn. Imperialisme daarentegen komt hier op neer: dat een volk het land van een ander juridisch georganiseerd volk wil veroveren of het in een of ander opzicht de wet wil voorschrijven. Van de groote mogendheden: Rusland, Engeland, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Duitschland, Japan, de Vereenigde Staten heeft er slechts één geen imperialistische politiek gevoerd: Duitschland. Zijn kolonisatiën zijn er in hoofdzaak op gericht geweest recht en beschaving te brengen in de streken, waar geen -recht bestond.

Ook Oostenrijk-Hongarije heeft misschien geen imperialistische politiek gevoerd. Zijn laatste verovering: het protectoraat over Bosnië en Herzegowina in het jaar 1878 en de annexatie daarvan in het jaar 1908 hebben in ieder geval in hooge mate het karakter van een kolonisatie gehad.

Alle overige groote mogendheden hebben nog tot op dit oogenblik veroveringspolitiek gevoerd. Daaronder vallen zulke handelingen als de verovering van Korea door Japan, van de Philippijnen en Cuba door de Vereenigde Staten (ook Venezuela zou hier genoemd kunnen worden), de misdaden van Engeland tegen China, de Boerenrepublieken, Egypte, Perzië en andere; de verovering van Finland, Mantsjoerije, Perzië door Rusland enz.; die van Algiers, Marokko, Tunis, door Frankrijk; van Tripolis enz. door Italië. Deze imperialistische staten hebben nu een verbond gesloten, om hun beginsel tegen de beide niet-imperialistische groote mogendheden Duitschland en Oostenrijk-Hongarije toe te passen, en zij hebben de uitnoodiging van de beide centrale mogendheden (12.12.16) tot het openen van vredesonderhandelingen, op de basis van een niet-imperialistische politiek, afgewezen. Zoolang er zulk een imperialistische wil bestaat, zooals b.v. die van Rusland tegenover Turkije (Konstantinopel) en Duitschland-Oostenrijk (Oostpruisen en Galicië), van Engeland tegenover Duitsch-Afrika en KleinAzië, van Frankrijk tegenover Elzas-Lotharingen, van Italië tegenover een gedeelte van Oostenrijk-Hongarije, van Servië tegenover Bosnië, Slavonië, Croatië enz., zal men niet kunnen rekenen op een wereldvrede. Macht zal men steeds door macht trachten te stuiten.

1) Nadat de eerste oplaag van dit boek gedrukt was, heeft N. Gjelsvik in „Syn og Segn" Mei 1917 een belangrijk artikel over „Imperialisme" geschreven.

Sluiten