Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herhaalde zich hetzelfde: toen Denemarken, Noorwegen en Zweden opnieuw trachtten een verbond te sluiten, ditmaal te zamen met Rusland, om zich te beveiligen tegen de Engelsche kaapvaart, nam Engeland een tegemoetkomende houding aan, „blijkbaar uit vrees, dat er tusschen de Scandinavische staten en Rusland een nauwer aaneensluiting zou plaats hebben" (Boye bladz. 170). Dezelfde geschiedenis herhaalde zich in het jaar 1780; toen de noordelijke mogendheden overeenstemming bereikt hadden ten opzichte van een gemeenschappelijk optreden, kwam Engeland snel tot een afzonderlijke schikking met Denemarken-Noorwegen en verwekte daardoor sterke ontstemming in Zweden en Rusland tegen hun bondgenoot. Toen nu ook Holland tot het verbond toetrad, verklaarde Engeland aan dit rijk den oorlog, waardoor het Holland afhield van een nadere aansluiting bij de noordelijke rijken en tegelijkertijd het neutraliteitsverbond Verzwakte, dat tegen Engeland gericht was.

In het jaar 1795 waren Engeland en Rusland verbonden tegen Frankrijk en kaapten Scandinavische koopvaardijschepen op de brutaalste wijze. Toen Denemarken-Noorwegen én Zweden naar aanleiding hiervan beproefden hun vroegere verbonden te hernieuwen, werden door de beide verbonden groote mogendheden krachtige pogingen te Kopenhagen gedaan om Denemarken-Noorwegen over te halen zich bij Engeland-Rusland aan te sluiten, daar deze hun krachtige ondersteuning tegenover Zweden zouden verleenen. „Want tegen dit land moesten Denemarken-Noorwegen steeds op hun hoede zijn." Men ging te Kopenhagen niet op dit voorstel in. Wat van Engelsch-Russischen kant in Stockholm tegen Denemarken-Noorwegen werd te berde gebracht, kan thans niet gemakkelijk meer worden nagegaan. Maar een soortgelijke waarschuwing als in Kopenhagen hebben de beide mogendheden blijkbaar ook te Stockholm tegen Denemarken-Noorwegen doen hooren. Want de Zweedsche regeering begon terzelfder tijd wantrouwen te koesteren tegen de eerlijkheid der Deensch-Noorsche regeering en vertrouwde haar verhouding tot Rusland niet (Boye bladz. 255).

Toen de noordsche mogendheden in het jaar 1800 weder een verbond hadden ge.sloten om haar belangen gedurende de oorlogen in Europa te beveiligen, wreekte Engeland zich door alle bij het prijsgerecht aanhangige zaken over Deensche, Zweedsche en Noorsche schepen, die het gekaapt had, op te houden; door een-verbod uit te vaardigen aan onderdanen van deze natiën de hun verschuldigde bedragen uit te betalen, en door zelfs de Deensche Westindische eilanden en het Zweedsche eiland St. Bartholomeus te bezetten zonder er aan de regeeringen der betrokken staten kennis van te geven, ofschoon Engeland niet in oorlog was met één van hen. Daarna deelde het aan Pruisen zonder omwegen mede, dat het „neutraliteitsverbond der noordelijke mogendheden tegen zijn belangen indruischte", doch kreeg van de Pruisische regeering' een zeer scherp antwoord. Pruisen sloot zich zelfs bij het verbond aan. Nu werkte Engeland krachtig om Denemarken—Noorwegen tot uittreding uit het verbond over te halen. Toen dit niet gelukte, zond Engeland een vloot

Sluiten