Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder armen: het kan geven noch ontvangen. Zelfs via „Botniska Viken" is zijn handel belemmerd door mijnen en duikbooten. Het staat slecht met de verbindingen van een land, dat Alexandrovsk en Cathrinehaven tot eenigen uitweg heeft. Nu is Konstantinopel natuurlijk een aangenamer plaats van afvaart dan de koude streken in het noorden. Maar St. Petersburg ligt nu eenmaal dien kant uit. En bovendien stoot Rusland daar beneden, behalve op Turksche, ook op Oostenrijksche, Roemeensche, Bulgaarsche en bovenal op Engelsche belangen. Het is van het standpunt van Engeland derhalve een voor de hand liggende en verstandige politiek, om voor den machtigen Russischen drang naar de zee een veiligheidsklep in het noorden te openen en zoo den druk van het zuiden af te leiden. En van het standpunt van Rusland ligt hetzelfde voor de hand, omdat een beweging zich daarheen richt, waar de tegenstand het geringst is, en omdat men moet trachten een resultaat te bereiken met zoo weinig mogelijk offers. Deze wetten gelden ook in de politiek.

5°. Doch ruet slechts als afleider voor Rusland's gevaarlijke belangen wijzende Engelsche belangen in deze richting. Engeland heeft er ook zelfstandige belangen bij, een zoo gemakkelijk mogelijke verbinding met Rusland te hebben. De economische betrekkingen tusschen de beide rijken zijn in de laatste jaren zeer toegenomen. Engelsch kapitaal is sterk geïnteresseerd bij de goudmijnen van den Oeral en bij die van Siberië. Evenzoo bij de Russische bosschen, fabrieken en bij de Russische pers. Lord Northcliffe's maatschappij is een voorname aandeelhouder van „Le Temps" en van de „Nowoja Wremja". Aan den anderen kant schijnt het, alsof de Russische politiek steun bij de „Times" heeft verworven door middelen, die al te „blank" waren: couranten van het begin van Juni vermelden, dat Mr. Outhwait in het Lagerhuis de regeering er over geïnterpelleerd heeft, of de Minister van buitenlandsche zaken een onderzoek zou willen instellen, in hoeverre de „Times" subsidie heeft ontvangen van de Russische regeering. Hoe omvangrijk de gemeenschappelijke economische belangen van Rusland en Engeland zijn, kunnen de lezers van de „Times" beoordeelen, want tot aan het uitbreken van den oorlog had die courant eens in de week een bijblad over Russisch-Engelsche ondernemingen. Het was ongeveer 18 a 20 bladzijden groot van het formaat van een gewone courant in Christiania, en het was met kleine letters gedrukt. Men kan Rusland in velerlei opzichten als een handelsprovincie van Engeland beschouwen. De economische belangen zijn, zooals bekend is, in den nieuweren tijd van het grootste gewicht. Men heeft in oude tijden oorlog gevoerd om verschillende belangen, o. a. van godsdienstigen, staatkundigen aard. Thans echter denkt geen beschaafde staat er aan een oorlog te beginnen, om b.v. de tyrannieke autocratie in een naburig rijk omver te werpen of om de onderdrukte volksstammen te bevrijden: Frankrijk noch Engeland zijn een oorlog met Rusland begonnen om de Finnen, Joden, Oekrainers enz., die het onderdrukt, te bevrijden. Evenmin heeft Rusland of Frankrijk aan Engeland den oorlog verklaard om de mishan-

6

Sluiten