Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde zijn economische winst, voortvloeiende uit de bestaande volkenrechtelijke anarchie en dus uit oorlogen, te beschermen. De „vrijheid", die zulke vruchten oplevert, moest zich er voor hoeden zich voor de wereld te proclameeren als het ideaal, indien zij niet als kwakzalverij onthuld wil worden. Ook Groot-Britannië is onderworpen aan de wet, dat men den boom kent aan zijn vruchten. De dwaling, dat de Engelschen voorvechters der vrijheid zijn, berust op hun onverschilligheid voor de aangelegenheden van anderen en voor de zelfstandige waarde van beginselen. Deze zijn voor hem bagatellen. Daarmede wil hij niet worden lastig gevallen, omdat zijn eigen doeleinden daarmede niets te maken hebben. Zijn eigen doel is namelijk practische waarde, die in gangbare waarde-éénheden —geld of land— kan worden gemeten. Die hebben in hem een oprecht aanbidder, een doelbewust schacheraar, een nuchter berekenaar. Hierdoor kunnen de Engelschen hun overwonnen volksstammen hun godsdienst, instellingen, zeden, rechtsopvattingen laten behouden, voorzoover datgene, waar het op aankomt, er niet door belemmerd wordt: de exploitatie van het volk ten profijte van Engeland. In vertrouwen op zijn kapitaal en op zijn methodes kon het Engelsche imperialisme zelfs vrijhandel in zijn koloniën invoeren en de vrijheid als zijn politieke vaan opstellen en daarmede voor de wereld optreden als het volk, dat God heeft uitverkoren om „de wereld met het merkteeken van onze en van geen andere natie te stempelen" (Gladestone, Rosebery, aangehaald door Chr. Reventlow „De oorlog en wij" bladz. 33). Aan deze politieke tactiek lagen de smartelijke ervaringen van Engeland met de Vereenigde Staten ten grondslag. Maar het vrijheidsbeginsel heeft GrootBritannifi niet belet staatsrechterlijke of feitelijke despotismen vlak bij zich, in Ierland, in Egypte en in Indië, economisch despotisme in Engeland zelf, volkenrechtelijk despotisme over de geheele wereld, te handhaven. Het kan nu het een, dan het andere despotisme instellen of vrijheid verkondigen, al naarmate het één of het ander het best bevorderlijk is aan de hoofdzaak: het economisch voordeel. En het zal zich in beide gevallen voor zijn gedragslijn beroepen op zijn ideaal.

Nergens vormen intusschen „practische zin" en „common sense" een meer vanzelfsprekende beperking voor ideale doeleinden dan in Engeland. In het bijzonder tegenover concurrenten. „Business is war", en in oorlog mag men zich niet door scrupules laten bemoeilijken. Ja, voor het geval blijkt, dat „war is business", moet men dat ook accepteeren, — zooals b.v. toen de goudmijnen van Johannesburg bleken evengoed een oorlog met de Boeren waard te zijn als Parijs een mis.

De uitspraak van den Engelschen schrijver T.J. Dunningss in „Vakverenigingen en stakingen", die hier volgt, berust natuurlijk op rijke historische en psychologische ervaring. „Het kapitaal is angstig en schuwt strijd — ja; maar dat is niet de volle waarheid; het kapitaal schuwt gebrek aan profijt nog meer en wordt overmoedig door groote winst; 10°/o zeker, en men kan het overal gebruiken; 20°/o en het wordt levend; 30°/o bewust overmoedig. Voor 100°/o treedt het alle menschelijke wetten onder zijn voeten. 300 °/0 — en er is geen misdaad,

Sluiten