Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logsschepen nog steeds verplicht zouden zijn, koopvaardijschepen te waarschuwen. Het oorlogsschip werd een soort vredesschip en het vreedzame koopvaardijschip werd oorlogsschip. Wilden de Duitsche duikbooten geen gevaar loopen te gronde te gaan door deze Engelsche oorlogsmoraal, dan stond hun geen andere uitweg open dan de waarschuwing na te laten overal, waar een bedrog aanwezig kon zijn. Maar daardoor ontstond ook het gevaar dat ook werkelijk vreedzame koopvaardijschepen konden worden getroffen. En zoodra de Engelsche oorlogs-koopvaardijschepen onder onzijdige vlag begonnen te varen, ontstond ook de mogelijkheid, dat een werkelijk onzijdig schip bijivergissing voor een vermomd Engelsch oorlogsschip gehouden werd. Daardoor kwamen dus ook de onzijdigen in gevaar Nu zou het te begrijpen zijn geweest, als de onzijdige staten zich verbonden hadden en geantwoord: „Neen, nu gaat het te ver!" Eerst maakt het Engelsche despotisme ter zee inbreuk op onze rechten, die zij ons vroeger zelf hebben verzekerd en mengt zich in onze meest intieme binnenlandsche aangelegenheden, die men zelfs niet aan zijn naaste vrienden toevertrouwt. Er worden mijnen in de open zee gelegd om onze schepen te dwingen naar Engelsche havens te gaan, daarna maakt men zich meester van onze goederen, arresteert onze passagiers zooals het geval was met Consul Grebst, belemmert onzen aanvoer opent onze post, vervalscht onze telegrammen, verbiedt ons brandstof te koopen, onze eigen goederen te exporteeren enz. enz., en dat om de beschaving, het recht en in het bijzonder het recht van kleine onzijdige natiën te beschermen! 6 Daarna zoekt Engeland bescherming achter onze vlag en brengt ons daardoor in oorlogsgevaar. De comedie is al te grof. Een oorlogsschip, dat er op voorbereid moet zijn een vijand onder een onzijdig masker te zien, wordt er bij vergissing gemakkelijk toe gebracht, op een werkelijk neutraal schip te schieten. En deze vergissing is meermalen voorgekomen. 8

Wij, neutralen, hadden ons moeten vereenigen en van de Entente moeten eischen, dat het nu uit moest zijn, als zij in relatie met ons wenschte te blijven. Wij hebben dat echter niet gedaan. Wij hebben geprotesteerd en ons toch voor het onrecht gebogen

8 . Deze toegevendheid heeft een dubbelen kant: wij hebben onze rechten opgegeven, maar ook onze plichten in den steek gelaten, den plicht namelijk, de andere oorlogvoerende partij te beschermen. Wij hebben dit bovendien tamelijk openhartig in onze gelijkluidende nota van 13 November 1914 te kennen gegeven.

En nog meer: wij hebben verzuimd gebruik te maken van het recht, dat artikel 7 van bepaling 13 van de Haagsche conventie ons heeft verleend, om uitvoer en vervoer van oorlogsmateriaal te weigeren unze stoombooten en zeilschepen zijn buitengewoon ijverig geweest om steenkolen naar de Entente-landen te brengen, opdat hun fabrieken ammunitie en kanonnen konden maken; zonder hulp van de onzijdige ^* ln ihel. b,Jz°nder van Noorsche - schepen zou het niet mogelijk geweest zijn den oorlog zoo goed gaande te houden.

Sluiten