Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons toe, dat v. Verdross de eenige constructie van internationaal recht heeft gegeven die mogelijk is zoolang er geen wereldbondsstaat bestaat.

3. Het vaststellen van recht voor een gebied van een zekeren omvang gaat altn'd gepaard met moeilijkheden, die haren grond vinden in de omstandigheid dat de plaatselijke rechtsbehoeften kunnen verschillen. Is dat het geval, dan moet een middenweg worden gezocht; de wetgever moet geven en nemen, daar niet aan alle rechtsbehoeften kan worden voldaan. Hoe grooter het gebied is, waarvoor een eenheidsrecht zal worden vastgesteld, des te grooter zijn de bedoelde bezwaren, die derhalve het grootst zijn bij het vaststellen van internationaal recht door tractaten tusschen alle beschaafde staten.

Naast die den inhoud der verdragen betreffende bezwaren bestaan andere moeilijkheden. Zij die met prof. van Eysinga, wiens dissertatie hieronder meermalen zal worden aangehaald, aannemen dat het volkenrecht het staatsrecht beheerscht en doordringt, ontkennen dat de constitutie meer kan regelen dan het volkenrecht toestaat; en wanneer het volken-gewoonterecht regels stelt omtrent afkondiging en werking van tractaten, dan kan volgens hen de constitutie hieromtrent geen bindende bepalingen bevatten 1).

Is dit juist, dan vervalt ons betoog, waarbij wordt uitgegaan van de stelling dat de ontwikkeling van het tractatenrecht het meest gebaat zal zijn door wijzigingen in de constituties der staten.

4. In het Zeitschrift für Völkerrecht, deel VIII, pag. 329—359, vindt men eene verhandeling van v. Verdross: „Zur Konstruktion des Völkerrechtes," waarin de schrijver den rechtsgrond van het volkenrecht zoekt in de bepalingen der constituties die de bevoegdheid om tractaten te sluiten regelen.

v. Verdross redeneert aldus (pag. 336, 337): Er zijn drie mogelijkheden:

a. Volkenrecht en staatsrecht zijn gescheiden.

b. Het staatsrecht past zich aan het volkenrecht aan 2).

c. Het volkenrecht past zich aan het staatsrecht aan.

De opvatting a is dualistisch en kan daarom al niet juist zijn; er moet dus gekozen worden uit b en c.

Die keus bepaalt v. Verdross op deze wijze: Hij wenscht vast te houden aan de souvereiniteit van den staat:

(pag. 332) „Von einem Staate kann nur gesagt werden, er sei souveran, wenn all das, was er rechtlich soll, bloss seiner Rechtsordnung entstammt, wenn er nur durch eigenen Willen rechtlich gebunden werden kann."

1) Cf. no. 15.

2) Men zie no. 15.

Sluiten