Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tractaat en Bondswet, maar slechts de verhouding regelt tusschen Bondswet en tractaat aan den eenen kant en de wetten der Staten aan den anderen kant 1).

Als het waar is, dat uit artikel VI moet worden afgeleid dat een door President en Senaat geratificeerd tractaat denzelfden rang heeft als een door Huis van Afgevaardigden en Senaat gegeven wet, dan schijnt het zonderling dat men daaruit alleen — zonder het volkenrecht, of de moreele verplichting van den Staat te vermelden — afleidt dat het Congres verplicht zou zijn het tractaat uit te voeren door een wet, terwijl uit hetzelfde artikel wordt afgeleid dat aan het tractaat kan worden gederogeerd door een latere wet, waartoe het Huis van Afgevaardigden het initiatief kan nemen.

Op de moreele verplichting van het Huis van Afgevaardigden is herhaaldelijk gewezen 2).

Dikwijls stonden treaty making power en law making power in hare meeningen tegenover elkaar; in de praktijk zijn geen moeilijkheden voorgekomen omdat het Huis van Afgevaardigden altijd heeft uitgevoerd, al geschiedde dit soms niet dan na een debat, waarin het Huis wees op zijn in de Constitutie gewaarborgd recht om een verdrag niet uit te voeren 3).

b. De rechter tegenover die verdragen.

Het is voorgekomen dat moeilijk was uit te maken of een verdrag self-executive was. Wanneer de rechter zich verplicht zag aan te nemen dat een verdrag zich tot hem, en niet tot den wetgever richtte, kende hij krachtens art. VI der Constitutie aan het tractaat bindende kracht toe 4). Burr vermeldt de rechterlijke beslissingen en merkt naar aanleiding daarvan op: „During the period covering the cases which we have analyzed 5) many justices sat upon the bench in the Suprème Court of the United States; yet not one dissented when it was repeatedly held that a treaty may by its terms be made self-executing and is then to have the force of an act of Congress; that this principle was true even when the subject dealt with was one committed by the constitution to the legislation of Congress; that where provisions of

treaties and statutes (wetten) conflict the latest in

point of date must prevail" 6).

1) Meier pag. 199 en vlg. Triepel sluit zich bij deze meening aan, pag. 124.

2) Butler, § 298, § 312.

3) Butler, § 311; Crandall, pag. 118 en vlg.; von Holst, pag. 111; Burr, pag. 285-293.

4) Crandall pag. 116. Triepel meent dat de Amerikaansche schrijvers, die aannemen dat het tractaat zonder tusschenkomst van den wetgever bindt, aan art. VI die uitlegging geven onder den invloed van hun opvatting van volkenrecht als natuurrecht, (pag. 144).

5) Burr, pag. 308—322, (1802-1907).

6) Butler, § 361; Crandall, pag. 116, 117, 255; v. Holst, pag. 109. De rechterlijke macht verlangt voor de verbindende kracht behalve de uitwisseling der ratificatieoorkonden proclamatie, niet publicatie (Triepel, pag. 145/146).

Sluiten