Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

law is opgenomen door de eigenaardige Engelsche rechtscheppende macht. (Bet doet er niet toe of het geschiedt door het rechterlijk vonnis, of de rechtsovertuiging, of iets anders 1). Dit is n. b. m. niet te verklaren alleen uit de nieuwe opvatting van het volkenrecht, daar men kan aannemen dat het door gewoonte en verdrag gestelde volkenrecht het nationale recht heheerscht en doordringt, en geen overheidsbevel noodig heeft om landsrecht te zgn. In elk geval heeft de positieve leer den Engelschen rechter zoover gebracht, dat hij, het natuurrecht niet meer erkennende, moest overwegen of het volkenrecht nog zonder overheidshandeling als landsrecht moet worden beschouwd. Picciotto, die Austins invloed, waardoor 's rechters eerbied voor de rechtscheppende macht van den staat is vergroot, vermeldt, komt naar aanleiding van eenige vonnissen, het laatste van de Kings Bench 2) van 1905, tot de conclusie dat de rechterlijke macht op dit standpunt staat:

„In the absence of any treaty or statute, a rule of customary international law will be regarded as part of the law of the land, and so enforced in our courts, only if such rule has received the assent of this country in practice, unless the preprosition in question is of such antiquity and generality that the assent of this country may be presumed" 3).

Een regel van volkenrecht bindt den rechter slechts wanneer ze als een regel van Engelsch recht is erkend door eene macht waaraan de rechter krachtens de constitutie gebonden is (voorzoover het rechterlijke vonnis die macht is, treedt de rechter rechtsscheppend op, wat, zooals boven reeds werd vermeld, in het Engelscherecht een gewoon verschijnsel is) 4).

Naar aanleiding van vonnissen en uitspraken van gezaghebbende juristen concludeert Picciotto voorts aldus:

„ An Act of Parliament is binding certainly on ordinary Courts 5),

1) Triepel, pag. 150, 147.

2) Een afdeeling van het High Court of Justice.

3) Picciotto, pag. 125, 126 ; 76, 77; 95—108. Met „assent of this country in practice" wordt bedoeld de toestemming van den staat door gevolgde gewoonte. (Cf. pag. 94 noot, pag. 102). Picciotto maakt duidelijk dat „conventional assent" (tractaat) den rechter bindt door een Act of Parliament, maar niet welke Engelsche overheidshandeling het gewoonte-volkenrecht in de Common law inlijft. Zoodra een regel van volkenrecht eenmaal aan een rechterlijk vonnis is ten grondslag gelegd, werkt dat vonnis als precedent voor volgende beslissingen; men kan dan spreken van «assent by a previous judicial decision" (pag. 93). Picciotto legt ons niet duidelijk uit hoe een regel van volkenrecht voor de eerste maal (in het eerste precedent) in de common law verschijnt. Wel zegt hij in no. 65 dat de international law niet door eigen kracht, maar door „adoption" deel is der common law. Brengen we verschillende plaatsen met elkander in verband, dan moeten we aannemen dat Picciotto bedoelt dat het door de Engelsche Begeering volgen van eene gewoonte moet geacht worden gelijk te staan met een bevel van den Engelschen wetgever aan den rechter om die gewoonte te beschouwen als deel der common law. Ook Triepel (pag. 150) waagt zich niet aan een duidelijke uiteenzetting van de door hem alleen geconstateerde „im Lande befindliche, ihm eigenthümliche Kraft der Bechtsbildung" waardoor het volkenrecht wordt geadopteerd.

4) Austin c. s. spreken hier van „improper legislation": Triepel, pag. 149.

5) Ordinary Courts in tegenstelling met prijsgerechten.

Sluiten