Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

De wijze waarop de Nederlandsehe Grondwet bestaande moeilijkheden zou kunnen wegnemen, enbevorderlijk zou kunnen zijn aan de ontwikkeling van het internationale reeht, vooral indien zij door haar voorbeeld bewerkte dat de beginselen dier wijziging ook in andere constituties werden opgenomen.

63. De drie in het vorige Hoofdstuk besproken ontwerpen hebben gemeen dat ze alle den tractaatsinhoud bindend willen maken door een landsrechtelijk bevel. Het ontwerp der commissie van 1910, dat een wet of Algemeenen Maatregel van Bestuur eischt na de ratificatie, is het eenige dat een behoorlijke uitvaardiging en afkondiging verlangt: ten aanzien van wet en Algemeenen Maatregel van Bestuur is de afkondiging in ons staatsrecht geregeld. In zooverre verdient het ontwerp der commissie van 1910 de voorkeur; maar het zou vreemd zijn dat een verdrag vóór de ratificatie en ook na de ratificatie aan de Staten-Generaal zou moeten worden voorgelegd 1).

Werd het ontwerp der commissie van 1905, of het regeeringsontwerp van 1913 in de Grondwet opgenomen, dan zou de Hooge Raad, op het standpunt van Laband staande, kunnen aannemen dat het bevel om het verdrag na te leven, stilzwijgend gegeven was 2), maar ook met Levy tot de conclusie kunnen komen dat het tractaat alle rechtskracht tegenover de onderdanen mist 3).

De beste weg dien men kan inslaan is: in de Grondwet een landsrechtelijk bevel eischen om tegemoet te komen aan de aanhangers van Labands theorie, en de uitvaardiging en afkondiging nauwkeurig regelen. Wanneer bepaald wordt dat het landsrechtelijke bevel niet is de afkondiging van een wet, maar de afkondiging van het geratificeerde tractaat, is men eenigszins tegemoet gekomen aan prof. van Eysinga c. s. De laatsten zouden evenwel aannemen dat als de datum van in werking treding van een verdrag moest beschouwd worden: de datum van de uitwisseling

1) Struycken, pag. 74.

2) Laband, pag. 119.

3) Mr. J. A. Levy, Wet of Tractaat? pag. 116, 117. Deze schrijver eischt eene wet na de ratificatie, maar zou vermoedelijk geen bezwaar hebben tegen eene uitdrukkelijke bepaling der Grondwet, waarin het tractaat zelf, mits behoorlijk uitgevaardigd en afgekondigd, tot wet werd verklaard.

Sluiten