Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor volle ruimte is geld ook noodig en recht is ons nog niet gedaan. Er is geen liberaal zoo knap, die vanuit liberaal standpunt bewijzen kan, dat de Christelijke staatsburger thans in de praktijk der schoolwetten gelijk recht heeft als de vrijzinnige. Maar wij staan niet alleen als staatsburger tegenover den liberaal, wij staan ook tegenover God, en we staan en vallen voor Hem als onzen eigen Heer. En wanneer men finantieele gelijkstelling als gelijk recht voor alle medeburgers begeert in dien zin, dat er een staatsschool is, die iwe maar moeten aanvaarden, mits slechts de bizondere er geldelijk niet slechter voorstaat, dan aanvaarden wij m.i. een uitgangspunt, dat wij tegenover God in den hemel slecht verantwoorden kunnen. En aan wie de schuld, als dat begin leidt tot een einde, dat we toch eigenlijk in ons hart nimmer hebben gewenscht?

Ik wil daarmede niet zeggen, dat wij het einde van den schoolstrijd niet moeten begeeren. Ons oog zij ook open voor het notoire feit, dat wel degelijk de zaak van het schoolonderwijs zelf slachtoffer is geworden van de staatkundige oneenigheid. En al treft hier den Christelijken schoolpolitici geen verwijt, men zie toe dat nimmer de schoolvrede worde tegengestaan, omdat als gevolg van dien vrede stilstand in de Christelijk-politieke aktie gevreesd wordt. Er is, behalve misschien op Koloniaal terrein, geen stuk uit den staatkundigen strijd, waarvan meer terecht gezegd kan worden, dat er vrucht op den arbeid wordt gezien, dan op Onderwijsgebied. Het zou zijn God verzoeken, als wij de laatste vruchten uit bijoogmerk weigerden te plukken. Het stemt tot vreugde, dat, zij het ook te zwak, dan toch getraoht wordt in het Bevredigingsrapport de opvoedkundige zelfstandigheid van het bizonder onderwijs te verzekeren.

Maar onverzwakt blijve daarnaast volgehouden, dat het einde van den strijd niet mag zijn een einde, dat in kiem reeds al de gevaren bevat, welke de schoone in langen moeizamen arbeid verkregen resultaten met vernietiging bedreigen.

Wij wisten en weten toch zoo goed, wat we wilden. De overzijde wist het ook zeer wel. Het gewijzigd Unierapport

Sluiten