Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We loopen de kans, dat de puberteit onze heele observatie Van onwaarde maakt, maar dan is hoogstens wa't 'tijd Verloren in dat enkele geval. Voor het stelsel is dat geen veroordeelihg, wlfe tbch kan verhinderen, dat een jongen door ziekte wal tijd verliest? En is 't in 't gestelde geval dan anders?

Vier bezwaren zouden kunnen worden aangevoerd: "eerstens, dat we de kinderen dan zoo spoedig fh aanraking brengen met 't harde leven, dan dat we dë algemeene ontwikkeling verwaarloozen, ten derde, dat er kinderen zijn, die bij het verlaten der lagere scholen niet weten, wat ze worden wilien en ten slotte, dat het mogelijk zou zijn, dat een enkel beroep 'canaid'aten te over, een ander te weinig kreeg.

Het eerste is sentimentaliteit: het kind voelt de hardheid Van het leven in precies dezelfde mate of hij zonder doel dan mét Wh doel de school bezoekt en als er nog verschil zou zijn, dan ligt het anders dan het bezwaar veronderstelde.

Het tweede bezwaar is alleen dan te onderkennen, als we zien wat algemeene ontwikkeling is. Van alles wat weten? Of iets kennen en daarnaast weten, dat er nog veel wetenswaardigs om ons heen bestaat, hetwelk altijd de moeite waard is om te leeren kennen? 't Eerste kweekt de waanwijs©, vroegrijpe, voor 't onstoffelijke onverschillige jongelui, waarmee onze tijd zoo rijk gezegend is, het tweede levert menschen, die naast en boven hun verstandelijk bezit, interesse behouden voor alles wat anderen hun op iederen leeftijd hebben te leeren. Is het trouwens niet dwaas, dat streven te zien van ons middelbaar onderwijs: van al het menschenjk weten "de beginselen te doen slikken alsof het een ideaal is, alsof het nog mogelijk was encyclopaedische kennis te verwerven, rïén dergelijke algemeene ontwikkeling is algemeene verstikking en als de mèhsch niet zoo akelig goed zich tot dressuur leende, zag men veel meer gevolgen van de hieruit voortvloeiende 'Verstandelijke onpasselijkheid.

Het derde bezwaar is van gewicht. Het kan voorkomen, dat een jongen geen voorkeur heeft voor eenig beroep. En ook als ht] gezien heeft wat vele beroepen aan voor- en nadeelen biedèh, en aan zichzelf zoo'n beetje ervaren heeft wat zijn talenten zijn, dan zou het in een heel enkel geval nog wel eens kunnen voorkómen.

Sluiten