Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesticht, in 1890 bewerkte de Encycliek Rerum Novarum de oprichting van diocesaanbonden, die echter weer te niet gingen. Hunne gildeachtige organisatie was eene belemmering voor het vormen van een krachtig verbond. De Roomsch Katholieke bond „Unitas", gesticht door textiel-arbeiders in Twente, telde onder zijn leden vele protestanten. Hij werd onder sterke pressie van de geestelijkheid gedwongen eene scheiding naar het geloof te maken. De tegenstand der overgeblevenen was echter zoo groot, dat deze scheiding nooit geheel tot stand kwam, de bond aan kracht won en eene sterke propaganda van hem uitging tot een samengaan van protestanten en katholieken in één nationaal verbond. Dit geschiedde in 1909 in het „Christelijk Nationaal Vakverbond" met aanvankelijk succes.

In het jaar 1912 echter noodzaakte een verbod van de Roomsch Katholieke geestelijkheid vele katholieken wederom uit het verbond te tredenx). Het bleef echter in stand en overvleugelde in ledental Patrimonium en het Nationaal Arbeiderssecretariaat *).

Ook het^amenbrengen in diocesen stootte op sterken tegenstand. De eigenaardigheid der bisschoppelijke macht, die zich tot de grenzen der diocesen uitstrekt, houdt eene beweging tegen, die over deze grenzen dreigt heen te gaan. De katholieke arbeiders zagen in tegendeel slechts in eene nationale aaneensluiting eene versterking van hunne beweging. Het werd nog 1909 aleer na taaien tegenstand de geestelijke goedkeuring kwam op dit streven en tot oprichting van het „Centraal Bureau voor Roomsch Katholieke Vakorganisatie" werd overgegaan. Haar doel werd door de Encycliek aangegeven, die naar eene vreedzame overeenkomst tusschen werknemers en werkgevers streeft, de oprichting van scheidsgerechten, vorming van kassen, voor alles echter den godsdienst en de religieuze handelingen als doel der Katholieke vereenigingen vaststelt; in de practijk echter verwerpt ze in geenen deele het middel van den loonstrijd. Ze is in aantal zeer veel sterker dan het Christelijk Nationaal Vakverbond 3). Ze staat aan innerlijke kracht niet zeer hoog. De beweging heeft iets slaps, in vergelijking met de huidige stuwkracht der arbeidersbeweging.

*) Beknopt Overzicht van den Omvang der Vakbeweging i Jan. 1913, p. 4. 2) 20.506 leden in 1917. *) 54.855 leden in 1917.

Sluiten